Bij de invulling van de zorgplicht van stedelijk afvalwater maakt de gemeente Berkelland onderscheid tussen huishoudelijk afvalwater in de gebouwde omgeving, huishoudelijk afvalwater buitengebied en bedrijfsmatig afvalwater. De centrale doelstelling daarbij is het zoveel mogelijk voorkomen van contact met afvalwater en continuïteit van de bedrijfsvoering (zie hoofdstuk 2). Het algemene uitgangspunt dat de gemeente hanteert is daarom dat het afvalwater van gebouwen wordt ingezameld als dit in het belang is van de leefbaarheid en/of volksgezondheid.
Huishoudelijk afvalwater gebouwde omgeving
Voor bestaande bouw en (ver)nieuwbouw geldt een aansluitplicht voor het lozen van afvalwater op de riolering. De gemeente zorgt voor inzameling van afvalwater en transport naar een zuiveringtechnisch werk. Dat kan via een gemeentelijk rioolstelsel of een andere voorziening die er voor zorgt dat er geen ongezuiverd afvalwater in het milieu terecht komt.
Er zijn ook uitzonderingen op de aansluitplicht. Dit betreffen alternatieve woonvormen of niet-woningen. Onderstaand kader geeft het beleid voor een aantal voorbeelden hiervan. Bedrijfsmatig afvalwater komt later als losstaand onderwerp terug en wordt daarom niet genoemd in het kader.
Afvalwaterbeleid voor alternatieve woningen en niet-woningen
- - Voor woningen met focus op duurzaamheid, circulariteit en het zogenaamde ‘off-grid’ -streven, kan onder strikte voorwaarden tijdelijke ontheffing worden verleend voor de aansluitplicht op de riolering. Een dergelijke ontheffing wordt vooralsnog alleen overwogen in gebieden met een speciale status. De voorwaarden zijn:
- - De woning is niet aangesloten op het drinkwaternet.
Aansluiting op het drinkwaternet geeft gerede kans op grote hoeveelheden afvalwater. Dit is ontoelaatbaar in de bebouwde kom.
- - De woning heeft een droog toilet met separate opvang en verwerking van de droge en de natte fractie. Fecaliën zijn te verwerken in de tuin. Urine heeft potentie voor verwerking.
- - De woning heeft geen bad of douchevoorziening.
Bad en douche gaan gepaard met grote hoeveelheden afvalwater.
- - De woning heeft geen wasmachine.
Een wasmachine leidt tot een grote hoeveelheid afvalwater met zeepresten.
- - De keuken heeft water uit een jerrycan.
Een klein beetje afvalwater uit de keuken kan worden uitgegoten over de tuin.
- - De ontheffing (door de gemeente) is tijdelijk voor de periode van 1 jaar en kan steeds worden verlengd na toetsing. Als aan één van genoemde voorwaarden niet meer wordt voldaan, dan vervalt de ontheffing en wordt aansluiting op de riolering alsnog verplicht.
- - De woning is niet aangesloten op het drinkwaternet.
- - Evenementen
Voor evenementen geldt de plicht om afvalwater op verantwoorde wijze in te zamelen. De verantwoordelijkheid ligt bij de organisator. In sommige gevallen kan er na goedkeuring van de gemeente direct worden geloosd op rioolputten. Echter dient het lozen op het regenwaterriool te worden voorkomen. Het kan ook zijn dat het afvalwater per as wordt afgevoerd naar de zuivering.
- - Gebouwen zonder afvalwater
Diverse gebouwen hebben in principe geen afvalwater, zoals trafohuisjes en garageboxen zonder drinkwater. Deze behoeven geen verplichte aansluiting op de riolering.
- - Vakantieparken
Vakantieparken en campings (zowel in de gebouwde omgeving als in het buitengebied) worden zoveel mogelijk aangesloten op de riolering. De gemeente geeft bij de vergunningverlening randvoorwaarden mee aan de initiatiefnemer (voorwaarden lozingen op de riolering).
Huishoudelijk afvalwater buitengebied
Voor het buitengebied geldt dat de gemeente huishoudelijk afvalwater inzamelt en afvoert via drukriolering. Inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor het aansluiten op de riolering. Nieuwe lozingen moeten door het bestaande systeem verwerkt kunnen worden. Er kan ook sprake zijn van omstandigheden waarin een uitzondering geldt, zoals:
- - Centrale inzameling is niet doelmatig (kosten en inspanning wegen niet op tegen het resultaat).
- - De capaciteit van het bestaande collectieve systeem is niet toereikend. Dit komt bijvoorbeeld voor bij ontwikkelingen als gevolg van Rood voor Rood, huisvesting van seizoenarbeiders, of de aanleg van een kampeerterrein. Zie voor voorbeelden ook het bovenstaande tekstkader: Afvalwaterbeleid voor alternatieve woningen en niet-woningen.
- - Het einde van de technische levensduur van het collectieve systeem (leidingen) is aanstaande. In zo’n geval maakt de gemeente eerst een afweging over de meest logische en effectieve oplossing.
- - Decentrale technieken leveren een vergelijkbaar of beter zuiveringsresultaat.
In geval van bovengenoemde (niet uitputtende) omstandigheden maakt de gemeente, waar nodig in overleg met het waterschap, een nieuwe afweging over de wijze van verwerken van huishoudelijk afvalwater in het buitengebied. In de komende planperiode wordt de nog beschikbare extra capaciteit van de drukriolering verkend en op welke manier de randvoorwaarden gesteld kunnen worden aan ruimtelijke ontwikkelingen, zodat aansluiten op drukriolering mogelijk blijft (zie hoofdstuk 4).
Bedrijfsafvalwater
Voor bedrijfsafvalwater geldt dat de gemeente afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid vergelijkbaar is met huishoudelijk afvalwater inzamelt via (druk)riolering. Ook ander bedrijfsafvalwater dat niet lokaal kan worden teruggebracht in het milieu, zamelt de gemeente in, tenzij dit ten koste gaat van het doelmatig functioneren van de vuilwaterriolering of de rioolwaterzuivering. In dat geval weigert de gemeente nieuwe aansluitingen van bedrijven, stelt specifieke voorwaarden of beëindigt bestaande aansluitingen. De Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) voert het toezicht en de handhavingstaken uit voor lozingen van bedrijfsafvalwater op de riolering, op basis van afspraken met de gemeente en het waterschap. Het waterschap gebruikt daarbij zijn adviesbevoegdheid voor de bedrijfsmatige lozingen. Hoofdstuk 4 geeft de verdere strategie weer voor deze samenwerking. Hieronder wordt het specifieke beleid uitgewerkt voor verschillende typen bedrijfsafvalwater.
Niet-industriële voedselbereiding (vetafscheiders)
Het lozen van afvalwater bij niet-industriële voedselbereiding (zoals de horeca) kan leiden tot vetophoping in riolering en hoge onderhoudskosten. De gemeente wil voorkomen dat er een nadelige impact is op het functioneren van de riolering. Ook in de toekomst blijft het gebruik van een vetafscheider en slibvangput daarom vereist. In het omgevingsplan neemt de gemeente de (huidige landelijke) regels over in het omgevingsplan, eventueel met specificaties van de vetafscheider en slibvangput. Bijlage A geeft een voorbeeld van een dergelijke maatwerkregel.
Agrarisch bedrijfsafvalwater
In het buitengebied hebben de meeste lozingen van bedrijfsmatig afvalwater een agrarische herkomst. In de moderne agrarische bedrijfsvoering komen typen lozingen voor die de doelmatige werking van het drukrioolsysteem kunnen beperken, zowel door kwaliteit als door kwantiteit van het geloosde afvalwater. De gemeente heeft te maken met verschillende typen agrarische lozingen op de riolering. De tekst hieronder geeft weer wat de voorkeurslozingsroutes voor deze lozingen zijn en of de gemeente via het omgevingsplan specifieke lozingsvoorwaarden gaat stellen.
- - Ontijzeringsinstallaties
Ontijzeringswater is afkomstig van ontijzeringsinstallaties. Het lozen hiervan op de drukriolering kan leiden tot verstoppingen. Dit is een sluimerend probleem en het is daardoor lastig op te sporen en aan te tonen. Het lozen op de riolering is momenteel nog wel toegestaan. Samen met de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA) en het waterschap wil de gemeente graag op korte termijn voorkomen dat nieuwe probleemlozingen zich voordoen en op de lange termijn de bestaande probeemlozingen oplossen. Dit kan door bijvoorbeeld toe te werken naar het lozen op de bodem als voorkeurslozingsroute. De gemeente verkent daarom in de komende planperiode hoe groot het probleem is en wat op korte en lange termijn het meest doelmatig is om verdere problemen te voorkomen (zie ook hoofdstuk 4).
- - Melkspoelwater
Melkspoelwater leidt tot problemen in de riolering, door de aanwezigheid van vet in het water. Op dit moment is de voorkeurslozingsroute voor melkspoelwater op de bodem, zo lang het afvalwater gelijkmatig wordt verspreid over de onverharde bodem. Daarnaast wordt melkspoelwater bij voorkeur hergebruikt. Wanneer het water wel op de riolering wordt geloosd is een vetafscheider nodig die het spoelwater reinigt. Bij het maken van het omgevingsplan maakt de gemeente een afweging van de noodzaak voor het opnemen van regels in het omgevingsplan. Daarnaast inventariseert zij samen met de ODA hoe de regels in de praktijk worden toegepast, om meer zicht te krijgen op oorzaken van huidige knelpunten in de riolering met melkspoelwater (zie hoofdstuk 4).
- - Luchtwassers
Een luchtwasser in een stal ‘wast’ de ammoniak uit de lucht. Het afvalwater dat hierbij vrijkomt wordt spuiwater genoemd. De voorkeurslozingsroute voor het spuiwater is op de bodem. In het Besluit Activiteiten Leefomgeving is een verbod op lozing van afvalwater op een vuilwaterriool opgenomen. De gemeente kan via een maatwerkvoorschrift afwijken van dit lozingsverbod en de lozing (eventueel onder specifieke voorwaarden) toestaan.
Ondanks het lozingsverbod treden nog steeds kwantiteitsknelpunten in de riolering op als gevolg van spuiwater. De gemeente inventariseert daarom samen met de ODA hoe de regels in de praktijk worden toegepast, om meer zicht te krijgen op oorzaken van huidige knelpunten in de riolering met melkspoelwater (zie hoofdstuk 4).
Waar eerst voornamelijk biologische luchtwassers werden gebruikt, is er nu ook sprake van chemische luchtwassers. Het kan zijn dat in geval van chemische luchtwassers een reinigingsvoorziening noodzakelijk is, voordat het afvalwater op de bodem kan worden geloosd (vanuit het oogpunt van bodem- en waterkwaliteit). De gemeente verkent daarom in de komende planperiode ook in hoeverre er in de regels onderscheid nodig is tussen lozingswater afkomstig van biologische en chemische luchtwassers (zie hoofdstuk 4).
- - Wasplaatsen
Op wasplaatsen in het buitengebied worden motorvoertuigen en werktuigen gewassen. De regelgeving maakt onderscheid in voorschriften voor het wassen van machines waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn toegepast, en machines waarbij dit niet het geval is.
Daarbij wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen het uitwendig wassen en inwendig wassen van de machines waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt.
Kenmerkend voor het afvalwater van deze wasplaatsen, is dat het afvalwater zich vaak vermengt met hemelwater dat op de wasplaats valt. Vanaf wasplaatsen zonder overkapping loost de agrariër dus eigenlijk én bedrijfsafvalwater én verontreinigd hemelwater. Dit is onwenselijk. In de komende planperiode verkent de gemeente hoe ze doelmatig om kan gaan met de lozingen van wasplaatsen en vermenging van het water kan voorkomen (zie hoofdstuk 4).