Hemelwater niet inzamelen, tenzij…
De gemeente hanteert het algemene uitgangspunt dat gebouwen en percelen geen hemelwater lozen op de gemeentelijke riolering, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid noodzakelijk is. Dat geldt naast de private percelen ook voor gebouwen en percelen van de gemeente zelf. De onderstaande alinea’s beschrijven per gebiedstypologie (bestaande bouw, nieuwbouw en buitengebied) hoe de gemeente invulling geeft aan de hemelwatertaak.
Bestaande bouw - kernen
Voor bestaande gebouwen en percelen geldt dat de gemeente het hemelwater blijft inzamelen en transporteren naar een gemeentelijke voorziening, het oppervlaktewater (bij gescheiden riolering) of een zuiveringtechnisch werk (RWZI in geval van gemengde riolering). Het gescheiden aanleveren van te lozen regenwater en afvalwater op het gemeentelijk rioolstelsel en het verwerken van overtollig regenwater op het eigen perceel worden door de gemeente en het waterschap gestimuleerd (zie hoofdstuk 4).
Daarnaast werkt de gemeente aan het omvormen van gemengde riolering naar gescheiden riolering. Voor het verwerken van regenwater via gescheiden riolering maakt ze gebruik van het regenwaterstructuurplan (zie hoofdstuk 4). Bij de aanleg van een nieuwe regenwatervoorziening koppelt de gemeente, indien doelmatig, de voorkant van daken af en sluit deze aan op de regenwatervoorziening. De kosten hiervoor nemen we als gemeente ook voor onze rekening. De systeemoverzichten stedelijk water die de gemeente opstelt leiden mogelijk tot aanvullend beleid voor afkoppelen en bijbehorende maatregelen (zie hoofdstuk 4).
Bestaande bouw - buitengebied
In het buitengebied zamelt de gemeente geen regenwater in. De eigenaar van gebouwen en percelen verwerkt zijn regenwater zelf op het eigen terrein of voert het in overleg met het waterschap af naar het oppervlaktewater of de bodem.
- - Hemelwater mag niet worden geloosd op drukriolering, want dat is enkel bedoeld voor en berekend op de inzameling en transport van huishoudelijk afvalwater. Illegale lozing van hemelwater op drukriolering leidt tot meer storingen, risico op wateroverlast (soms bij andere mensen dan degene die illegaal loost), overmatige slijtage aan de pompen en hoge energiekosten.
- - Afstromend hemelwater kan, net zoals dat voor de aanleg van riolering in het buitengebied ging, in de bodem, een greppel of sloot worden geloosd. Bij risico op verontreinigd afstromend water, zoals bij sommige erven, gierkelders, kuilbulten, wasplaatsen, opslag van machines of overslagplaatsen, is het beter het afstromende water via een zuiverende voorziening te laten lopen. Dit spoor verloopt via de omgevingsvergunning.
Verbouw - nieuwbouw/klimaatadaptief bouwen
Als algemeen principe geldt dat bij elk initiatief, bouw, verbouw of reconstructie, het schone regenwater voor zover redelijkerwijs mogelijk geheel binnen de plangrenzen wordt verwerkt, om afwenteling te voorkomen. Het vuilwater wordt gescheiden van het regenwater aangesloten op het gemeentelijke hoofdriool. In het plangebied mag bij extreme neerslag (70 mm in een uur) geen schade optreden aan infrastructuur en aan vitale voorzieningen. Er staat maximaal 20 cm water op straat. Bij een bui van 90 mm in een uur blijven hoofdwegen bereikbaar en drinkwater en energie beschikbaar.
De gemeente hanteert de volgende voorkeursvolgorde voor de verwerking van regenwater, om te voldoen aan bovenstaande richtlijn:
- - Voorkomen van afstromend hemelwater, bijvoorbeeld door toepassing van groene daken, beperken van verharding, toepassen van (groene) water passeerbare verharding (infiltratie).
- - Hergebruik van hemelwater, bijvoorbeeld voor toilet doorspoeling. (Dit is ook relevant in het kader van de doelen van Vitens voor drinkwaterbesparing.)
- - Vertraagd afvoeren, bij voorkeur over het maaiveld, naar een bovengrondse berging, bijvoorbeeld infiltratievoorzieningen als een wadi of zaksloot.
- - Vertraagd afvoeren naar een ondergrondse berging door het gebruik van buizen en kratten.
- - In geval van extreme neerslag: overloop buiten plangebied naar het oppervlaktewater of een gemeentelijke (riolerings)voorziening.
De volgorde toont aan dat we ons als gemeente richten op waterberging op plangebiedsniveau5Het plangebied kan een enkele kavel omvatten, of meerdere kavels inclusief een deel openbare ruimte.. Daarnaast richten de gemeente zich zoveel mogelijk op bovengrondse waterberging in combinatie met groen (groenblauwe structuren). Indien bovengrondse afvoer of ondergrondse infiltratie redelijkerwijs niet mogelijk of gewenst is, dan is overleg nodig tussen de initiatiefnemer en de gemeente over een maatwerkoplossing.
De voorkeursvolgorde is generiek voor de gemeente. Echter kunnen bij de kernen Haarlo en Olden-Eibergen aanvullende regels van toepassing zijn uit de omgevingsverordening van Provincie Gelderland, gericht op grondwaterbeschermingsgebieden voor de drinkwaterwinning.
Door de voorkeursvolgorde te hanteren, biedt een nieuwbouwplan de kans om het gehele projectgebied waterneutraal te maken ten opzichte van wanneer dit gebied onverhard zou zijn. Waterneutraliteit houdt in dat het hemelwater binnen het projectgebied wordt verwerkt en niet wordt afgewenteld op naastgelegen gebieden. Bijlage B geeft de inhoudelijke eisen voor waterberging. Door de voorkeursvolgorde en de bijbehorende uitgangspunten voor waterberging sluit de gemeente aan bij de landelijke Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving6https://klimaatadaptatienederland.nl/hulpmiddelen/overzicht/maatlat-groene-klimaatadaptieve-gebouwde-omgeving/. De uitgangspunten vormen de basis voor afspraken met initiatiefnemers in een realiseringsovereenkomst (anterieure overeenkomst). De eisen verwerkt de gemeente ook in de LIOR (Leidraad Inrichting Openbare Ruimte). Daarnaast krijgen ze deels een plek als juridisch bindende regels in het omgevingsplan. Wanneer in het omgevingsplan ook normen afkomstig uit het Groenbeleidsplan een plek krijgen, draagt dat ook bij aan een klimaatbestendige inrichting. Te denken valt aan de 3-30-300 richtlijn, die inhoudt: 3 bomen zichtbaar vanuit elk huis, 30% van de omgeving is groen en binnen 300m van elk huis is een groene ruimte van minimaal 200 m2 om te recreëren.