De gemeente hanteert het algemene uitgangspunt dat eigenaren van gebouwen en percelen zelf verantwoordelijk zijn voor de verwerking van overtollig grondwater, tenzij dit in het belang van de leefbaarheid of volksgezondheid niet haalbaar en niet doelmatig8Niet doelmatig: wanneer kosten en inspanning niet opwegen tegen het resultaat. is. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt naar gebiedstypen. Dat geldt dus ook voor de gemeente zelf als gebouw- en perceeleigenaar. Daarnaast spant de gemeente zich, voor zover dit binnen haar bereik ligt, in om problemen met een te hoge of te lage grondwaterstand in de kernen te voorkomen. De voorzieningen voor het bergen en infiltreren van water (vanuit de regenwatertaak), dragen hieraan bij.

Wanneer is sprake van structurele nadelige gevolgen van grondwater?

Voor de gemeente is sprake van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming in het geval dat:

  • - De overlast vrijwel jaarlijks voorkomt, en
  • - de overlast niet tijdelijk is, dus nog zeker 4 jaar zal aanhouden, en
  • - de overlast niet van afnemende aard is, en
  • - de overlast optreedt gedurende minstens 4 aaneengesloten weken, en
  • - de overlast doorwerking heeft in de woonruimten, en
  • - bouwkundige ingrepen onmogelijk of onredelijk kostbaar zijn.

In dergelijke gevallen ligt in de rede dat de gemeente maatregelen in de openbare ruimte treft of mede mogelijk maakt. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van drainage.

De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten om nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand te voorkomen. Deze uitgangspunten zijn deels van toepassing op particulier terrein en deels op de openbare ruimte.

  • - Kelders en souterrains horen waterdicht te zijn, zodat ze geen last hebben van hogere grondwaterstanden. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar, conform regels uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving.
  • - Kruipruimten horen ondiep te zijn. Een redelijke maat is een diepte van 50 centimeter onder de vloerisolatie. Vaak hanteert de gemeente daarvoor 90 centimeter vanaf bouwpeil.
  • - Woningen horen voorzieningen te hebben waardoor vocht vanuit de fundering niet optrekt in de muren. Dit is een verantwoordelijkheid van de eigenaar.
  • - Vochtoverlast in de woning wordt soms veroorzaakt door onbewust bewonersgedrag, zoals te weinig ventileren, geen afzuigkap gebruiken of de was drogen in huis. Dit is een verantwoordelijkheid van de bewoner.
  • - Bij bovengenoemde punten kan de gemeente voorlichtingsmateriaal verstrekken of op maat adviseren of doorverwijzen naar een deskundig bureau. Gemeente Berkelland kent weinig overlast en kiest voor persoonlijke advisering.
  • - Om de wegconstructie te beschermen kan de gemeente drainage toepassen.
  • - Bij het opstellen van plannen voor rioolvervanging is de gemeente alert op mogelijke verhoging van de grondwaterstand door het wegvallen van de drainerende werking van de oude lekke riolen en huisaansluitingen. Vaak wordt dit aangepakt door de aanleg van Drainage-Infiltratie riolering (zie paragraaf 4.1 voor de uitleg hiervan), op basis van het regenwaterstructuurplan. Deze riolering heeft ook een drainerende functie. Hierbij is er aandacht voor dat de grondwaterstand niet onbedoeld wordt verlaagd.
  • - Een bijzondere categorie wordt gevormd door problemen die ontstaan na vernattingsmaatregelen in het watersysteem of na stopzetting van een grondwateronttrekking. Dergelijke gevallen dienen in goed overleg tussen waterschap, vergunninghouder van de grondwateronttrekking en gemeente te worden opgelost. Uitkomst van dit overleg kan bijvoorbeeld een lokale extra ontwatering of grondwateronttrekking zijn. Hiervoor is echter vooraf onderzoek nodig om de risico’s te inventariseren.
  • - Tijdens bouwwerkzaamheden wordt soms grondwater onttrokken. Het waterschap is bevoegd gezag voor de hiertoe benodigde watervergunning. Speciale aandacht verdienen kapitale bomen die kwetsbaar zijn voor grote veranderingen van grondwaterstand.

Lozen van grondwater bij sanering of ontwatering

De gemeente is bevoegd gezag voor het lozen op de riolering van grondwater dat afkomstig is van sanering of ontwatering. Tenzij de lozing dieper dan 10 meter onder het maaiveld plaatsvindt, of de lozing plaatsvindt binnen een inrichting die onder bevoegdheid van de provincie valt. In dat geval is de provincie bevoegd gezag.

Voor het lozen van het grondwater hanteert de gemeente de volgende voorkeursvolgorde:

  • - Infiltreren.
  • - Afvoer naar het dichtstbijzijnde oppervlaktewater.
  • - Afvoer naar het hemelwaterriool.
  • - Afvoer naar gemende riolering.

Aanvullende lozingseisen en meldingstermijnen staan in de Bruidsschat omgevingsplan en krijgen een plek in het omgevingsplan van de gemeente.