**1..** Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een gemeentelijk monument of monumentale zaak:
- - te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of;
- - te herstellen, te restaureren, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
**2..** Het eerste lid is niet van toepassing op:
- - de uitvoering van normaal onderhoud, als bedoeld in artikel 2, onderdeel 1 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of;
- - inpandige veranderingen van het gemeentelijk monument voor zover op voorhand middels een bouwhistorisch onderzoek is aangetoond en het door de adviescommissie goedgekeurde schriftelijke rapportage, het een onderdeel betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg een indifferente of storende waarde heeft;
**4..** Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument of aan een monumentale zaak. Deze regels kunnen mede inhouden wanneer en onder welke voorwaarden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, kan worden verleend of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid, kan worden opgelegd.
**5..** Het college kan nadere gegevens eisen ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning.
**6..** De aanvraag om omgevingsvergunning gaat vergezeld met de gegevens en aanvraagvereisten als bedoeld in hoofdstuk 5 van de Regeling omgevingsrecht. De aanvraagvereisten van de artikelen 7.2 en 7.3 van hoofdstuk 7.2.1 van de Omgevingsregeling en artikelen 7.198 tot en met 7.205 van hoofdstuk 7.2.9 van de Omgevingsregeling zijn overeenkomstig van toepassing voorzover een aanvraag omgevingsvergunning betrekking heeft op gemeentelijke monumenten en gemeentelijke monumentale zaken (artikel 2.10 van deze verordening) of gebouwen in een beschermd dorpsgezicht (artikel 4.8 van deze verordening), waarbij dan dus voor ‘rijksmonument’ moet worden gelezen ‘gemeentelijke monument’ en ‘gemeentelijke monumentale zaak’.