1.. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, wijzigen of intrekken.

2.. Bij toepassing van lid 1 zijn artikel 3:2 en 3:3 hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het beschermd gemeentelijk dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgedaan.

3.. De raad kan voorwaarden verbinden aan de wijziging of intrekking van de aanwijzing.

4.. Een aanwijzing beschermd gemeentelijk dorpsgezicht vervalt met ingang van de dag waarop het beschermd gemeentelijk dorpsgezicht, waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van de artikel 35 van de Monumentenwet of op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, of artikel 2.34, vierde lid van de Omgevingswet.