Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8

Artikel 17

Tegemoetkoming

Onderdeel van Beleidsregels lokaal minimabeleid 2024

Het college kan aan belanghebbenden een bijdrage verstrekken tot ten hoogste het verschil tussen het uurtarief van de peuteropvangorganisatie en de door de Belastingdienst toegekende kinderopvangtoeslag of de door gemeente verstrekte bijdrage in de kosten van peuteropvang. De hoogte van de onder lid 1 genoemde tegemoetkoming is voor belanghebbende die voldoet aan de inkomens- en vermogensgrens als beschreven in artikel 16, afhankelijk van De deelname van het kind gedurende 2 dagdelen aan peuteropvang (dagdeel 1 en2) en de feitelijke deelname gedurende 2 dagdelen (de dagdelen 3 en 4) aan een programma voor Voor- en vroegschoolse educatie. Bij de aanvraag dient overgelegd te worden het bewijs van inschrijving / deelname aan zowel de peuteropvang (voor 2 dagdelen) als een programma voor Voor- en Vroegschoolse educatie (voor 2 dagdelen). Het recht op een bijdrage ontstaat op de 1e dag van deelname (doch niet gelegen voor de dag waarop het kind waarvoor de aanvraag wordt ingediend de leeftijd van 2 jaar heeft bereikt) en eindigt op de laatste dag van deelname doch niet later dan de dag waarop het kind de leeftijd van 4 jaar heeft bereikt. De bijdrage moet door de aanvrager of de persoon waarvoor de vergoeding wordt aangevraagd, worden besteed aan het doel waarvoor het wordt ontvangen en de besteding moet plaatsvinden in het kalenderjaar waarin de aanvraag is ingediend; Op verzoek moet aanvrager de besteding van de toegekende vergoeding kunnen aantonen door middel van bonnen, nota’s e.d. of aannemelijk kunnen maken. Het is niet mogelijk over voorgaande jaren een aanvraag in te dienen zoals bedoeld in het eerste lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel