De artikelen 18 en 19 zijn van toepassing op alleenstaande, alleenstaande ouder en het gezin die ingeschreven zijn in de gemeente West Maas en Waal en zelfstandig een huishouden voeren. Thuiswonenden en personen die in een inrichting verblijven, zijn uitgesloten.
Recht op een voorziening heeft de aanvrager die tijdens de referteperiode aangewezen is op
een nettomaandinkomen dat niet meer bedraagt dan 120% van de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Participatiewet (beiden inclusief vakantietoeslag) en
een vermogen niet hoger dan 100% van de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 (onder d) en lid 3 van de Participatiewet.
In afwijking van het tweede lid, heeft eveneens recht de inwoner die op het moment van aanvraag een (lopende) schuldenregeling heeft op basis van de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening of de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Tevens wordt als rechthebbende aangemerkt de inwoner aan wie door de gemeentelijke schuldhulpverlener financieel of budgetbeheer is toegekend.
Bij de vaststelling van het inkomen zijn de bepalingen van de wet van toepassing zoals beschreven onder artikel 1, 2e lid onder l van deze beleidsregel.
Bij de vaststelling van het vermogen zijn de bepalingen van de wet van toepassing zoals beschreven onder artikel 1, 2e lid onder y van deze beleidsregel.
HOOFDSTUK 9
Artikel 18
Doelgroep en voorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels lokaal minimabeleid 2024