Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4

Zorgplichten

Onderdeel van Programma voor Klimaatadaptatie, Riolering en Water Kampen 2023-2027

Deze paragraaf beschrijft hoe gemeente Kampen omgaat met de wettelijke eisen en zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. In bijlage 2 is een nadere omschrijving gegeven van deze taakopvatting. Stedelijk afvalwater De zorgplicht voor het stedelijk afvalwater is vastgelegd in de Omgevingswet (artikel 2.16 1a3). Met stedelijk afvalwater wordt huishoudelijk afvalwater bedoeld of een mengsel daarvan met hemelwater, grondwater, bedrijfsafvalwater of ander afvalwater. De zorgplicht geldt voor zowel inzameling en transport van afvalwater binnen de bebouwde kom als buiten de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom geldt een doelmatigheidsafweging waarbij ook de milieubelastingen een rol spelen. Als de gemeente het stedelijk afvalwater niet inzamelt, zijn de bewoners zelf aan zet waarbij ze moeten voldoen aan de geldende regels zoals vastgelegd in het Besluit Activiteiten Leefomgeving en het gemeentelijke omgevingsplan. Het is bekend hoeveel afvalwater er wordt geproduceerd en hoe het systeem functioneert. Wat goed functioneert, hoeft niet direct te veranderen. Stedelijk afvalwater bevat nuttige (grond)stoffen zoals fosfaat, stikstof en energie. Geprobeerd wordt deze stoffen zoveel mogelijk te gebruiken. Er is aandacht voor circulariteit in de toepassing van constructies en materialen. Voorkomen wordt dat stedelijk afvalwater een probleem wordt voor de volksgezondheid. Het ontstaan van afvalwater wordt zoveel mogelijk voorkomen. Vuilwater en schoon water worden zoveel mogelijk gescheiden, waarbij nieuwe en bewezen technieken een belangrijke rol spelen. Gestreefd wordt naar zo min mogelijk overstortingen en andere directe lozingen ter bescherming van de volksgezondheid en om de waterkwaliteit niet onnodig te belasten. Mechanische riolering is niet ingericht op de afvoer van hemelwater; dit mag dan ook niet hierop worden geloosd. In het buitengebied moet hemelwater op een alternatieve manier worden verwerkt. Bijvoorbeeld door het hemelwater op het oppervlaktewater uit te laten komen, in de bodem te infiltreren of op te slaan voor hergebruik. Een gelijkmatige aanvoer is belangrijk voor het functioneren van de systemen. Bij een vervangingsopgave voor de systemen of bij nieuwe lozingen wordt de toepassing van decentrale systemen in de afweging meegenomen. Individuele Behandeling Afvalwater systemen (IBA's) bijvoorbeeld zorgen voor de verwerking van het afvalwater bij woningen die niet direct op het gemeentelijke riool zijn aangesloten. Sommige agrarische bedrijven en woningen in buitengebieden gebruiken IBA's. Voor de inzet van decentrale systemen zullen het goed functioneren op de lange(re) termijn en doelmatigheid belangrijke criteria zijn. In RIVUS wordt hiervoor een onderzoek uitgevoerd. Afvloeiend hemelwater Op grond van de Omgevingswet 2.16 1a1 heeft de gemeente de zorgplicht voor een doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, voor zover dat van de perceeleigenaar niet kan worden gevergd. Het verwerken van hemelwater is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en particulieren. Om klimaatverandering het hoofd te bieden, is de openbare én de particuliere buitenruimte nodig. Er wordt zo min mogelijk hemelwater afgevoerd naar de RWZI. Het scheiden van hemelwater van andere afvalwaterstromen is daarbij het uitgangspunt. Waar mogelijk verwerkt (gebruikt) de perceeleigenaar het hemelwater op eigen perceel. Met bewoners en bedrijven wordt gecommuniceerd over hun eigen verantwoordelijkheid. Water heeft vaak een toegevoegde waarde in het gebied; dit wordt dan ook zoveel mogelijk zichtbaar gehouden. Het heeft altijd onze voorkeur om een sloot te hebben in plaats van een duiker, ook al hebben zij dezelfde afvoercapaciteit. In onze nieuwste wijken leggen we een regenwaterriool aan. Je ziet daar hoe het regenwater via de dakgoten over straat wordt afgevoerd. We hoeven dan geen ondergrondse buizen te beheren en wanneer er iets in de afstroom niet goed gaat, is dat meteen zichtbaar. Deze zichtbaarheid draagt bovendien bij aan het bewustzijn van mensen dat het nodig is om regenwater op te vangen. Hemelwater wordt vastgehouden en zoveel mogelijk in het gebied geïnfiltreerd om daarmee verdroging tegen te gaan. Hevige buien worden waar mogelijk bovengronds afgevoerd naar plaatsen waar we het kunnen bergen en het zo min mogelijk schade berokkent. Door water zichtbaar te maken in de omgeving, biedt dit ook kansen om grondwater aan te vullen. Bovengrondse afvoer naar bijvoorbeeld wadi’s, groenvakken en parken wordt mooi in de openbare ruimte ingepast. Hierbij benutten we kansen om koelteplekken te realiseren. Bergingsvijvers bieden daarnaast ruimte en beleving. Voorkomen moet worden dat hemelwater wordt verontreinigd. Als daar aanleiding voor is worden foutaansluitingen opgespoord en verholpen (op kosten van de veroorzaker). Grondwatermaatregelen Op grond van de Omgevingswet 2.16 1a2 heeft de gemeente de zorgplicht voor grondwatermaatregelen: ”De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van de beheerder of de provincie behoort.” Perceeleigenaren zijn verantwoordelijk voor de verwerking van overtollig grondwater. Soms moet de gemeente maatregelen treffen als dit doelmatig is. Er is inzicht in de grondwaterstanden door te meten en te monitoren op locaties waar dit zinvol is. De natuurlijke grondwatersituatie moet zo min mogelijk worden verstoord. Bij de inrichting van de openbare ruimte is ook aandacht voor grondwatertekorten. Waar mogelijk wordt de openbare ruimte zo ingericht dat grondwatertekorten in de zomer uitblijven. Perceeleigenaren zijn in principe zelf verantwoordelijk voor de verwerking van overtollig grondwater. In geval van structureel te hoge of te lage grondwaterstanden, kijkt de gemeente samen met het waterschap of in het openbaar gebied doelmatige maatregelen zijn te treffen. Er is sprake van structurele grondwateroverlast als: De gebruiksfunctie van percelen volgens het bestemmingsplan door de grondwaterstand structureel over een groter gebied (meer dan 5 percelen of 0,50 ha per locatie) en gedurende een langere periode (meer dan 31 dagen) wordt belemmerd; De belemmering onder punt 1 zich minimaal twee achtereenvolgende jaren voordoet, en; De gemiddelde hoogste grondwaterstand minder is dan 0,70 meter beneden de kruin van de weg in de openbare ruimte (belemmering met betrekking tot verblijfsruimte) of; De gemiddeld hoogste grondwaterstand minder is dan 0,50 meter beneden de kruin van de weg in de openbare ruimte (belemmering met betrekking tot tuin/ plantsoen).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel