Klimaatverandering zorgt ervoor dat de kans op wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen toeneemt. Stedelijke herstructurering en transformatie bieden kansen om in de gemeente ruimte te maken voor wateropvang en groen, om zo de gevolgen van klimaatverandering te beperken. Ook de kwaliteit en veiligheid van de woonomgeving worden hiermee gediend. De uitgangspunten hiervoor worden vastgelegd in het Omgevingsplan.
Wateroverlast
Extreme buien geven steeds vaker problemen met wateroverlast. De huidige riolering is veelal ontworpen voor de afvoer van hemelwater met een neerslagintensiteit van circa 20 mm in één uur. Maar door het veranderde klimaat vallen straks buien met een veel hogere intensiteit. Bij nieuwe ontwikkelingen moet daarom gezorgd worden dat hevige buien geen wateroverlast veroorzaken. In het ontwerp moet een waterhuishoudings- en rioleringsplan worden opgesteld, waarbij de benodigde waterbergingen worden uitgerekend met een zogenaamde klimaatbui. Voor een nieuw ontwikkeling wordt gerekend met een klimaatbui die eens in de 100 jaar voorkomt in 2085. Als er sprake is van toename van het verhard oppervlak dient voor iedere m2 extra verhard oppervlak volgens de huidige maatgevende bui 80 liter waterberging gerealiseerd te worden. Naar aanleiding van veranderende klimaatscenario’s kan dit in de toekomst nog wijzigen.
Er mag in die situatie geen wateroverlast ontstaan, dat gedefinieerd is als:
Afvalwater dat uit de riolering op straat komt (in verband met volksgezondheid).
Water dat via de straat, de gebouwen instroomt.
Water dat een erftoegangsweg en/of fietsroute langer dan 2 uur blokkeert.
Water dat langer dan 4 uur hinder oplevert voor het verkeer (met aandacht voor fietsers en voetgangers).
Naast wateroverlast kan er sprake van hinder zijn. Water op straat in de vorm van hinder moet als samenleving worden geaccepteerd, zoals hinder door ondergelopen achterpaden of tuinen. Alleen als er sprake is van echt langdurige hinder kan deze hinder overlast worden.
Hittestress
In gebieden waar hittestress kan ontstaan, geldt dat in het ontwerp voor nieuwe initiatieven hiermee rekening wordt gehouden. Of een plangebied gevoelig is voor hittestress, wordt in overleg met de gemeente bepaald. Daarom geldt:
In gebieden waar rekening wordt gehouden met hittestress geldt dat bij nieuwe ontwikkelingen de hittestress in het plangebied niet mag toenemen. Dat betekent dat er bij nieuwe initiatieven, in overleg met de gemeente, gebruik moet worden gemaakt van schaduw, groen, reflecterende materialen en ventilatie.
Droogte (en bodemdaling)
In gebieden waar kans bestaat op aanvullende bodemdaling door droogte, geldt dat in het ontwerp voor nieuwe initiatieven hiermee rekening wordt gehouden. Voor gebieden waar de verwachte bodemdaling tussen 2020 en 2050 meer dan 10 centimeter betreft, geldt:
Wegen, kunstwerken en andere infrastructuur moeten zo aangelegd worden dat aanvullende bodemdaling geen schade aanricht.
Bij ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) en gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Voorkomen moet worden dat het grondwater uitzakt en/of schade aan groen plaatsvindt.
Overstromingen
Een plan wordt zo ontworpen dat bij bebouwing rekening wordt gehouden met de waterdiepte die ontstaat bij een mogelijke dijkdoorbraak. In overleg met de gemeente wordt bepaald welke waterdiepte dit is en welke overstromingskans daar bij hoort. Afhankelijk hiervan wordt bepaald welke maatregelen passend zijn. De overstromingskans die gehanteerd wordt is de overstromingskansen norm voor 2050. Daarom geldt:
In gebieden met een grote kans op overstroming (overschrijdingskans minder dan eens in de 30 jaar) mogen geen kapitaalintensieve ontwikkelingen plaatsvinden, tenzij er maatregelen genomen worden om de kans op overstroming te verminderen. In de uitwerking van het plan wordt een overstromingsrisicoparagraaf opgenomen.
In gebieden met een middelgrote kans op overstroming (overschrijdingskans tussen eens in de 30 jaar tot eens in de 300 jaar) moet nieuwe bebouwing zo ingericht zijn, dat de waterdiepte die bij overstroming ontstaat geen schade aanricht in het geval van een overstroming. In de uitwerking van het plan wordt een overstromingsrisicoparagraaf opgenomen.
In gebieden met een kleine kans op overstroming (vanaf eens in de 300 jaar tot eens in de 3000 jaar) wordt een overstromingsrisicoparagraaf opgenomen in de uitwerking van het plan.
Bij een zeer kleine kans op overstroming (meer dan eens in de 3000 jaar) zijn aanvullende maatregelen niet vereist.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.4
In- en uitbreiding / nieuwe ontwikkelingen
Onderdeel van Programma voor Klimaatadaptatie, Riolering en Water Kampen 2023-2027