Een persoonsgebonden budget wordt uitsluitend verstrekt op verzoek van de aanvrager en afgestemd op zijn/haar persoonlijke behoeften en omstandigheden. De aanvrager kan bij het indienen van de aanvraag aangeven dat hij een voorziening in de vorm van een PGB wil, maar ook gedurende de afhandeling van de aanvraag bestaat hiertoe de mogelijkheid. Wanneer de aanvrager kiest voor een PGB, dan is hij zelf verantwoordelijk voor de aanschaf van de geïndiceerde diensten en/of voorziening(en).
Op grond van de Verordening wordt het criterium ‘goedkoopst adequate voorziening’ gehanteerd, die geïndiceerd is en omschreven is in een programma van eisen. Niet altijd stemt de goedkoopst adequate voorziening overeen met de wensen van de aanvrager. Om toch aan die wensen van een aanvrager tegemoet te kunnen komen, bestaat de mogelijkheid voor een persoonsgebonden budget. Deze mogelijkheid bestaat uitsluitend voor individuele voorzieningen en niet voor algemene voorzieningen.
De omvang van het persoonsgebonden budget zal bepaald moeten worden waarbij twee mogelijkheden zijn te onderscheiden:
1. het persoonsgebonden budget voor diensten, afkomstig uit de AWBZ, dat in de Wmo per 1 januari 2007 alleen maar betrekking heeft op hulp bij het huishouden;
2. het persoonsgebonden budget voor individuele voorzieningen zoals hulpmiddelen als woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en rolstoelen.
ad 1.
De gemeente Opsterland verstrekt een persoonsgebonden budget dat bij hulp bij het huishouden (HH1) is gebaseerd op 100% van het gemiddelde tarief van de 5 gecontracteerde thuiszorgaanbieders (prijspeil 2009). Met ingang van 2010 wordt het tarief, als gevolg van de wetswijziging Wmo, vastgesteld op een eenheidstarief dat overeengekomen is met de thuiszorgaanbieders. Voor HH2 geldt dat het tarief van 2009 geindexeerd wordt met het voor 2010 berekende indexeringspercentage. Voor hulp bij het huishouden (HH2) geldt dat het tarief wordt vastgesteld op 75% van het gemiddelde tarief van de 5 thuiszorgaanbieders. Tot de invoering van de Wmo werd in de AWBZ de hoogte van het persoonsgebonden budget bij hulp bij het huishouden ook vastgesteld op 75% van de prijs die wordt gerekend voor zorg in natura, omdat er minder overheadkosten in de waardebepaling van het persoonsgebonden budget zijn doorberekend.
ad 2.
Bij de overige voorzieningen wordt het budget bepaald op 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening. Het PGB wordt gebaseerd op de prijs (onder aftrek van kortingen) die de gemeente overeengekomen is met de leverancier van de hulpmiddelen. Als gevolg van (Europese) aanbestedingen heeft de gemeente (aanzienlijke) kortingen kunnen realiseren. Bij de vaststelling van de hoogte van het PGB wordt eveneens uitgegaan van deze kortingspercentages. Wanneer de gemeente dat niet zou doen, dan zal de gemeente financiële risico’s lopen.
Op grond van artikel 6 van de wet moet de gemeente de aanvrager in principe de keuze bieden tussen een voorziening in natura en een PGB. In de memorie van toelichting staat echter te lezen dat de gemeente niet in alle situaties verplicht is een PGB aan te bieden.
Zowel de verstrekking in natura als de PGB moeten voldoen aan de eis van goedkoopst adequate oplossing. De hoogte van de PGB moet dus minimaal voldoende zijn om de goedkoopste adequate oplossing aan te schaffen. Als de cliënt kiest voor een oplossing die duurder is, moet hij de extra kosten daarvan zelf opbrengen.
De gemeente Opsterland heeft afgesproken met de hulpmiddelenleverancier dat de korting die de gemeente krijgt, ook geldt voor cliënten die zich met een PGB tot de leverancier wenden. Zij krijgen de voorziening dan tegen dezelfde kosten als de gemeente. Dat geldt zowel voor artikelen binnen als buiten het kernassortiment. Door de hoogte van het PGB te bepalen op dezelfde kosten als de verstrekking in natura, heeft de cliënt dus de keuze tussen verstrekking in natura van een voorziening, of dezelfde voorziening tegen dezelfde kosten, maar dan via een PGB. Hiermee voldoet de gemeente aan de strekking van de wet, namelijk het bieden van een keuze tussen een voorziening in natura en een voorziening middels een PGB.
De wetgever heeft niet beoogd dat de PGB de cliënt een keuze moet bieden tussen diverse voorzieningen, maar uitsluitend dat hij/zij de keus heeft tussen het accepteren van een voorziening in natura enerzijds, en het beheren van het budget zelf anderzijds, hetgeen de cliënt ook de mogelijkheid biedt om (tegen meerkosten) te kiezen voor een andere voorziening, welke keuze hij/zij niet heeft bij de verstrekking in natura. Het is de bedoeling geweest om de cliënt de mogelijkheid te bieden op kosten van de gemeente zodanig te gaan “shoppen” dat hij een voorziening aanschaft die niet de goedkoopst adequate is.
De aanvrager kan het persoonsgebonden budget gebruiken voor de door hem gewenste voorziening. Voor woon-, vervoers- en rolstoelvoorzieningen geldt de voorwaarde dat een alternatieve oplossing adequaat moet zijn (als zodanig vastgesteld door de gemeente Opsterland in een programma van eisen). Op basis van het programma van eisen wordt een globale omschrijving van het product gegeven en naar aanleiding daarvan wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld. Hierbij kunnen bedragen geteld worden voor het onderhoud en de reparaties van de voorziening, voor zover daar sprake van kan zijn. Deze bedragen worden bij de leverancier worden opgevraagd. De aanvrager heeft de vrijheid in de keuze van een (erkende) leverancier bij wie hij de voorziening wil kopen en is verantwoordelijk voor de besteding van het PGB aan het doel waar het voor verstrekt is. De voorziening moet echter minimaal voorzien zijn van het CE- of GQ-keurmerk.
In de hoofdstukken 5, 6, 7 en 8 is steeds een paragraaf en/of een aantal paragrafen opgenomen over de mogelijkheden voor een persoonsgebonden budget bij de verschillende voorzieningen. Hierin is ook de omvang van het PGB vastgelegd en de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld. Ook wordt aangegeven hoe de controle van het PGB plaatsvindt.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2.
Het persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2011