Op grond van artikel 16 van de Verordening is er een primaat van verhuizen van toepassing. Dat wil zeggen dat als vast staat dat een aanpassing noodzakelijk is en de kosten van aanpassing het bedrag van de verhuiskostenvergoeding overschrijden, eerst beoordeeld wordt of verhuizing naar een reeds geheel aangepaste woning, of naar een goedkoper en gemakkelijker aan te passen woning een oplossing is die in aanmerking komt. De achterliggende gedachte hierbij is dat zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen en de woningvoorraad wordt omgegaan.
In de jurisprudentie uit de tijd van de Wvg is het hanteren van het primaat van de verhuizing op zichzelf geaccepteerd door de Centrale Raad van Beroep. Onder de Wmo zal dan ook van deze mogelijkheid gebruik worden gemaakt ter compensatie van woonproblemen. Er moet echter wel een afgewogen beoordeling van de gehele situatie en de belangen gemaakt worden. Hierbij komt ook de behoefte van de aanvrager aan bod. Een belangrijk uitgangspunt binnen de Wmo is dat een burger ook op zijn eigen verantwoordelijkheid wordt aangesproken. Dat houdt in dat burgers ook zelf moeten anticiperen op en tijdig moeten beginnen met het zoeken naar oplossingen voor de beperkingen waar zij in de toekomst problemen van gaan ondervinden. Het Informatiepunt Wmo geeft hierover informatie en advies.
Er zijn ook vanuit de jurisprudentie grenzen gesteld aan het hanteren van het primaat van verhuizen, met name op het gebied van de woonlasten, de tijd waarbinnen een oplossing kan/moet worden gevonden en de verhouding tussen de besparing van de gemeente bij toepassing van het primaat en de negatieve gevolgen voor de aanvrager. In alle gevallen zal een goed gemotiveerd besluit moeten worden genomen, waarin alle relevante factoren, in onderling verband, worden afgewogen. Daarbij gaat het dus om factoren die spelen aan de kant van de gemeente en aan de kant van de belanghebbende. Als op verantwoorde wijze inhoud gegeven is aan toepassing van het primaat van de verhuizing, moet het ook zo zijn dat het resultaat van de verhuizing is dat betrokkene op een normale manier kan wonen. Als daarvan sprake is heeft de gemeente aan haar compensatieverplichting voldaan.
Het primaat van verhuizen wordt toegepast als:
de huidige woning niet is aan te passen
er een indicatie is voor opname (in een intramurale instelling)
de huidige woning grote gebreken vertoont vanwege achterstallig onderhoud of als de huidige woning niet (meer) aan de eisen van deze tijd voldoet (als er bijvoorbeeld geen voorzieningen zijn zoals electriciteit en sanitair).
de kosten van aanpassing niet in relatie staan tot de kosten van het alternatief verhuizen.
Ad. 1 Als uit het advies naar voren komt dat de ondervonden belemmeringen door aanpassing van de huidige woning onvoldoende worden weggenomen of als een aanpassing bouwkundig niet mogelijk is, is verhuizen naar een andere woning de enige adequate oplossing.
Ad. 2 Als de aanvrager een zodanige zorgbehoefte heeft dat er een indicatie voor opname is afgegeven, dan wordt de huidige woonruimte niet ingrijpend aangepast. Als de aanvrager op een wachtlijst staat kunnen, afhankelijk van de wachttijd, wel een aantal kleine aanpassingen worden gerealiseerd. Hierbij kan worden aangesloten bij de uitgangspunten van het bezoekbaar maken van de woning.
Ad. 3 Het uitsluiten van het uitvoeren van aanpassingen aan woningen die in een dergelijk slechte staat verkeren, betekent eveneens dat er geen subsidie wordt verstrekt voor het aanbrengen van dergelijke voorzieningen. Deze worden aangemerkt als woningverbetering. Als de woning gerenoveerd is, kunnen de specifiek handicap gebonden voorzieningen, zoals een douchezitje, wel voor een tegemoetkoming in aanmerking komen.
Ad. 4 Het gaat hier niet alleen om een afweging van het kostenaspect van de aanpassing. Als na afweging van de verschillende belangen en er door de gemeente een redelijk alternatief aangeboden kan worden, wordt de huidige woning niet aangepast.
Met name aandachtspunt 4 is een discussiepunt. Wat in de ogen van de gemeente hoge kosten zijn, kunnen in de ogen van de cliënt reële kosten zijn. In deze gevallen zal de gemeente bij het bepalen welke voorziening wordt verstrekt de verschillende consequenties zowel vanuit de gemeente als vanuit de gehandicapte moeten afwegen tegen onder meer de kosten van de verschillende opties. Voorop staat dat na het meewegen van de verschillende aspecten de gemeente de partij is die uiteindelijk bepaalt welke voorziening wordt verstrekt. De gemeente moet een afweging maken tussen de beschikbare middelen en de te verstrekken voorziening.
6.5.1. Beoordelingskader
Met als uitgangspunt de individuele situatie van de cliënt vormen de volgende factoren het beoordelingskader bij de afweging tussen het primaat van verhuizen of woningaanpassing.
De aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woonruimten
Om toepassing van het primaat vanverhuizen mogelijk te maken, moet er een bepaalde voorraad van aangepaste (huur)woningen beschikbaar zijn. Een dergelijk bestand moet nog verder ontwikkeld worden.
Snelheid waarmee het woonprobleem kan worden opgelost
De snelheid waarmee het woonprobleem kan worden opgelost speelt een rol in het afwegingsproces. In een aantal gevallen kan verhuizen het woonprobleem sneller oplossen, als er snel een geschikte aangepaste of eenvoudig aan te passen woning beschikbaar is.
Het hele traject van het maken van een plan, het vragen van offertes, de uitvoering en keuring vervalt dan of speelt een minder belangrijke rol. Overigens kan vaak met middelen van de tijdelijke uitleen ook voorzien worden in tijdelijke oplossingen.
Omgekeerd kan het ook zo zijn dat het aanpassen van een woning een snellere oplossing biedt als er niet binnen een bepaalde tijd een geschikte woning vrij komt.
Uit de jurisprudentie blijkt dat het essentieel is dat in het indicatie-advies is opgenomen binnen welke medisch aanvaardbare termijn een oplossing moet zijn gevonden voor het woonprobleem. Wanneer er binnen een medisch aanvaardbare termijn geen mogelijkheid tot verhuizen is, moet hiermee rekening gehouden worden in de besluitvorming. Over het algemeen wordt een termijn van 6 maanden als redelijke termijn aangemerkt. In dit verband mag ook van de aanvrager verwacht worden dat die zich inspant om een geschikte woning te vinden voor zover dat redelijkerwijs gevraagd kan worden van de aanvrager.
Overigens is het nog wel de vraag wat een redelijke termijn is als de verhuizing aan te merken is als een verhuizing die past in de levensloop. De urgentie tot verhuizen zal per situatie moeten worden beoordeeld, maar het is reëel te veronderstellen dat in een dergelijke situatie langere termijnen gehanteerd kunnen worden dan 6 maanden.
Vergelijking aanpassingskosten huidige versus nieuwe woonruimte
Het college maakt een kostenafweging tussen het aanpassen van de huidige woonruimte enerzijds en verhuizen (inclusief eventuele aanpassingskosten in de nieuwe woonruimte) anderzijds. Daarbij worden de volgende kosten in elk geval meegenomen in de berekening:
1. huidige en voorzienbare toekomstige aanpassingskosten van de reeds bewoonde woonruimte
en
2. in geval van verhuizing:
a. de kosten in verband met het verhuizen
b. de eventuele aanpassingskosten van de nieuwe woning
c. kosten van het eventueel vrijmaken van de woning.
De mogelijke gebruiksduur van de aanpassing
Er kan ook rekening gehouden worden met het feit dat een aan te passen koopwoning naar alle waarschijnlijkheid minder makkelijk voor hergebruik in aanmerking komt. Redenen hiervoor zijn:
- Een revisiebeding, zoals bij huurwoningen, bestaat niet voor eigen woningen;
- De gemeente heeft geen instrument om de woning vrij te krijgen;
- Het zal niet zo eenvoudig zijn om een geschikte kandidaat voor die woning te vinden, die zowel financieel als ergonomisch gezien geschikt is voor de betreffende woonruimte.
Eén van de uitgangspunten van het gemeentelijke Verstrekkingenbeleid is dat de beperkte Wmo-middelen doelmatig te besteed worden. Het aanpassen van een eigen woning is meestal dat deze voor één enkele belanghebbende wordt aangepast. Aanpassingen aan sociale huurwoningen zijn daarentegen vaker opnieuw in te zetten, omdat deze huurwoningen opnieuw kunnen worden verhuurd aan personen met een beperking, waardoor de gebruiksduur van de aanpassing wordt verlengd. Dit speelt in de afweging dan ook een rol van belang.
Rekening houden met de medische omstandigheden
Als door de medisch adviseur is vastgesteld dat de aanvrager door ziekte(n) of gebrek niet in staat is te verhuizen dan vervalt het primaat van verhuizen. Bij de afweging woningaanpassing en verhuizen wordt ook rekening gehouden met de prognose van het ziektebeeld. Indien een aanvrager in de toekomst bijvoorbeeld volledig rolstoelafhankelijk zal worden en de woning niet rolstoelgeschikt is of niet rolstoelgeschikt te maken is, zal eerder een verhuisadvies gegeven worden dan een advies om de woning aan te passen. Er is immers sprake van kapitaalvernietiging als een woningaanpassing gerealiseerd wordt terwijl reeds duidelijk is dat er in de toekomst toch verhuisd zal moeten worden naar een rolstoelgeschikte woning. Maar ook als vast staat dat iemands toestand naar verwachting zodanig zal verslechteren, en dat als gevolg daarvan de aanpassing slechts voor beperkte tijd zal volstaan, dan zal dat ook een rol spelen in de afweging tussen verhuizen en aanpassen.
Rekening houden met sociale omstandigheden
Sociale omstandigheden waarmee het college rekening houdt zijn bijvoorbeeld de voorkeur van de gehandicapte, de binding van de gehandicapte met de huidige woonomgeving, de nabijheid van voor de gehandicapte belangrijke voorzieningen. Ook de waardering van de aanwezigheid van vrienden, kennissen en familie in de nabijheid van de woning van de gehandicapte kan een rol spelen in het afwegingsproces, met name in situaties waarin sprake is van mantelzorg. De sociale omstandigheden moeten in het indicatie-onderzoek zoveel mogelijk geobjectiveerd worden. De sociale factor zal minder zwaar wegen in het voordeel van aanpassen, als dicht in de buurt van de huidige woning een geschikte of goedkoper aan te passen woning kan worden gevonden. Als de beoogde nieuwe woning dicht bij belangrijke voorzieningen, zoals winkels en werkplek is gelegen, kan dat de beslissing in het voordeel van verhuizen beïnvloeden, bijvoorbeeld omdat dan ook minder vervoersvoorzieningen nodig zijn. Als de aanvrager zijn werk "aan huis" heeft (eigen bedrijf), moeten de consequenties van verhuizing ook vanuit de bedrijfsmatige kant meegewogen worden. Het is immers mogelijk dat de vestiging van het bedrijf op een andere, in commercieel opzicht minder aantrekkelijke, lokatie negatieve gevolgen voor het inkomen uit eigen bedrijf kan hebben.
Ondanks een aantal (in de ogen van de gehandicapte) negatieve veranderingen in de sociale omstandigheden kan het voorkomen dat de gemeente na alle factoren in overweging hebben genomen tot het besluit komt dat een verhuizing als de goedkoopst adequate oplossing kan worden aangemerkt. Het belangrijkste is dat het woonprobleem waarmee de gehandicapte wordt geconfronteerd wordt opgelost waardoor het normale gebruik van de woonruimte weer mogelijk is.
Integrale afweging verschillende voorzieningen (wonen, vervoer, rolstoelen, welzijn)
Afstemming met de overige individuele Wmo-voorzieningen is ook van belang voor het maken van een keuze. Afstemming met vervoersvoorzieningen kan een duidelijke rol spelen. Criteria die hierbij een rol spelen zijn de afstand tot openbaar vervoer haltes, de aanwezigheid van voorzieningen zoals winkels. Als een woning dichtbij dergelijke voorzieningen gelegen is, kan de gemeente tot de conclusie komen dat het adequater is om de huidige woning aan te passen. De bereikbaarheid van voorzieningen blijft daardoor beter en op het gebied van vervoersvoorzieningen hoeven wellicht minder aanvullende maatregelen te worden genomen.
Rekening houden met woonlasten en financiële draagkracht van de aanvrager.
Rekening houdend met eventuele mogelijkheden op het financiële gebied, maakt het college een vergelijking tussen de woonlasten van de huidige en de mogelijke nieuwe woning. Alle relevante woonlasten moeten daarbij in aanmerking worden genomen. Als de aanvrager eigenaar van de woonruimte is, zal een verhuizing of woningaanpassing andere gevolgen met zich meebrengen dan wanneer deze de woning huurt. Het verhuizen vanuit een koopwoning kan meer emotionele en financiële consequenties hebben.
Ook moet meegewogen worden in hoeverre vermogenswinsten of -verliezen optreden. Een eigenaar heeft doorgaans geld geleend en/of een hypotheek op het huis. Ook indien de aanvrager, al dan niet geheel op eigen kosten, veel aan de woning heeft verbeterd of aanpassingen heeft getroffen, ligt verhuizing soms minder voor de hand. Tenslotte kan de financiële situatie van een eigenaar van een woning, die gehandicapt raakt, door zijn handicap drastisch veranderen. Doorgaans brengt een handicap negatieve inkomensgevolgen met zich mee. Zonodig moet hiermee ook rekening gehouden worden.
De aanvrager weigert te verhuizen
Wanneer er een andere geschikte woning beschikbaar is waar de aanvrager naar toe kan verhuizen, dan kan het voorkomen dat de aanvrager liever niet wil verhuizen. Vaak zal men graag willen blijven wonen in de vertrouwde woning. Als de afweging volgens het hier beschreven beoordelingskader in het voordeel van verhuizing uitvalt, is die wens echter niet doorslaggevend. Wanneer de aanvrager de woning weigert, beoordeelt het college of de gemeente voldoende heeft gedaan om een compenserende oplossing te bieden voor de beperkingen van de aanvrager. Daarbij wordt ook gekeken naar de reden van de weigering van de aanvrager. Het college neemt vervolgens een beslissing over het al dan niet hanteren van het primaat van de verhuizing. De gemeente zal de aanvrager uiteraard nooit dwingen te verhuizen, maar zal in een dergelijke situatie geen aanpassing aan de woning toekennen.
Dat een urgentie tot verhuizing grenzen kan stellen aan de wensen c.q. eisen die een aanvrager aan de andere woning stelt, wordt onderschreven door de verhuurders. Indien binnen de aangegeven periode niet gereageerd wordt op een woning, terwijl er wel adequate alternatieven beschikbaar waren, vervalt de urgentie. Valt die afweging uit in het voordeel van verhuizen, dan kan men wellicht voor een verhuiskostenvergoeding in aanmerking komen. Een verhuiskostenvergoeding is een forfaitaire financiële tegemoetkoming.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.5.
Het primaat vanverhuizen
Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2011