Als een algemene voorziening niet de oplossing is voor het woonprobleem dan zal een aanvraag voor een individuele woonvoorziening moeten worden ingediend.
De door het college te verstrekken individuele woonvoorzieningen kunnen volgens artikel 15 van de Verordening bestaan uit:
een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten
een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening
een niet-bouwkundige of niet woontechnische woonvoorzieningen (inclusief instandhoudingskosten met uitzondering van verzekeringen)
een uitraasruimte of
huurderving.
De stappen die bij een aanvraag om een individuele woonvoorziening altijd gevolgd worden zijn het beoordelen van:
Stap I: Toepassing van het primaat van verhuizen;
Indien dit niet mogelijk is:
Stap II: Aanpassing van de woning waarbij het primaat bij de woonunit ligt als het gaat om het rolstoeltoegankelijk en -doorgankelijk en rolstoelgeschikt maken van de woning.
Indien een woonunit niet mogelijk is:
Stap III: Wordt er een aanbouw/verbouw gerealiseerd.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.6.
De individuele woonvoorziening
Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2011