Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.8.4.

Procedure bij bouwkundige woningaanpassing

Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2011

De procedure bij een aanvraag om een woningaanpassing bestaat uit de volgende stappen: 1. Vaststellen programma van eisen Nadat de aanvraag is ingediend en is vastgesteld wat de beperkingen zijn en welke belemmeringen daarvan het gevolg zijn die opgelost moeten worden, wordt een indicatie gesteld, waarbij een gemeentelijke functionaris met ergonomische, sociale en bouwtechnische deskundigheid of een externe adviseur een programma van eisen voor de goedkoopst adequate woningaanpassing opstelt. De woningeigenaar vraagt op basis van dat programma van eisen enkele offertes bij een aannemer op. De woningeigenaar kan ook een woningcorporatie zijn. Is dat niet het geval dan kan per situatie beoordeeld worden wie de offertes opvraagt. Het college beoordeelt welke offerte passend is bij het te bereiken resultaat en de goedkoopst adequate oplossing biedt. De gemeente beoordeelt welke bouwofferte in aanmerking komt voor het verlenen van een persoonsgebonden budget. 2. Het college geeft toestemming Het college geeft vervolgens met behulp van een beschikking toestemming voor de woningaanpassing, op voorwaarde dat niet reeds zonder toestemming een begin is gemaakt met de werkzaamheden waarop de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget betrekking heeft. In de beschikking wordt melding gemaakt wanneer het anti speculatiebeding naar alle waarschijnlijkheid van toepassing is. 3. Uitvoering anti-speculatiebeding Wanneer er sprake is van vermoedelijke waardevermeerdering van de woning nadat de woningaanpassing is uitgevoerd, moet de woning in niet aangepaste staat getaxeerd worden. De taxatie moet worden uitgevoerd door een beëdigd taxateur en de kosten komen voor rekening van de gemeente (zie ook hoofdstuk 6.12.1.3). 4. De eigenaar voert uit De woningeigenaar is verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningaanpassing conform het programma van eisen. 5. Gereedmelding van aanpassing door de woningeigenaar Zo spoedig mogelijk na de voltooiing van de werkzaamheden, maar uiterlijk binnen 12 maanden na het verlenen van toestemming voor het aanpassen van de woning, verklaart diegene aan wie het persoonsgebonden budget wordt uitbetaald (de woningeigenaar) aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid (de gereedmelding). Deze gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling van de hoogte van het persoongebonden budget. De gereedmelding gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorziening is voldaan aan de voorwaarden waaronder het persoonsgebonden budget is verleend. 6. Het college controleert Het college verleent slechts een persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing indien de door hen aangewezen personen toegang is verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt verricht. Controle vindt achteraf plaats. De genoemde personen moeten ook inzicht krijgen in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing en de gelegenheid krijgen de woningaanpassing te controleren. 7. Berekening anti speculatiebeding Na de gereedmelding vindt opnieuw een taxatie plaats van de woning, nu in aangepaste staat. De taxatie moet worden uitgevoerd door een beëdigd taxateur en de kosten komen voor rekening van de gemeente. De waardevermeerdering wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de getaxeerde waarde voor en na de woningaanpassing. In artikel 8 Financieel Besluit is opgenomen op welke wijze de gemeente uitvoering geeft aan het anti-speculatiebeding. 8. Uitbetaling aan de woningeigenaar Na de gereedmelding en controle wordt de hoogte van het PGB definitief vastgesteld en aan de aanvrager meegedeeld in een beschikking. In die beschikking wordt ook de waardevermeerdering van de woning vermeld. Het definitieve bedrag van het PGB wordt voor zover de aanvrager dit nog niet als voorschot ontvangen had uitbetaald aan de woningeigenaar. Diegene aan wie het persoonsgebonden budget wordt uitbetaald, dient gedurende een periode van 5 jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden. Bij duurdere woningaanpassingen wordt gewerkt met het verstrekken van voorschotten.

Rechtspraak bij dit artikel