Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.9.

Niet bouwkundige of roerende woonvoorzieningen

Onderdeel van Verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning Opsterland 2011

Of de cliënt in aanmerking komt voor een losse (roerende) of een vaste (onroerende) woonvoorziening, hangt af van de bouwkundige situatie van de woning en van de ondervonden beperkingen en belemmeringen, alsmede van het te bereiken resultaat. Het gaat bij losse woonvoorzieningen bijvoorbeeld om tilliften, badliften, douche/toiletstoelen, douchestretchers, badtransfer-planken. Waar mogelijk zal uit een oogpunt van herbruikbaarheid gekozen worden voor verstrekking van losse woonvoorzieningen. Het gaat hier niet om inrichtingselementen. De losse woonvoorziening moet voorzien in een oplossing voor een elementaire woonfunctie, die eventueel ook kan worden geboden middels een bouwkundige voorziening. Meestal zal de losse voorziening een goedkoop en adequaat alternatief zijn voor een vaste voorziening. Een voorbeeld: in plaats van een vaste plafondlift als transferhulpmiddel kan ook een losse tillift worden verstrekt of een transferplank. Ook zal bij voorkeur met losse voorzieningen worden gewerkt in situaties waarin mensen wachten op opname in een zorginstelling. Bij deze woonvoorzieningen gaat het om twee categorieën: Roerende (losse) woonvoorzieningen, zoals douchehulpmiddelen, patiëntentilliften Voor deze voorzieningen worden ook instandhoudingskosten vergoed. (Zie hiervoor Financieel Besluit artikel 6 lid 2 sub d) en woningsanering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel