Naar hoofdinhoud
1. Het raadslid/commissielid, dat schriftelijke vragen, de zogenaamde artikel 89-vragen, aan het college of de burgemeester stelt, formuleert deze kort en duidelijk. Dit zijn meestal vragen met een politiek-bestuurlijke lading. 2. Het raadslid/commissielid dient de vragen in bij de raadsgriffier. Deze brengt de vragen ter kennis van het college of de burgemeester én de overige raadsleden. 3. Het college of de burgemeester beantwoorden de vragen schriftelijk binnen 30 dagen. Als beantwoording niet binnen 30 dagen mogelijk is, stelt het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn wordt aangegeven, waarbinnen beantwoording plaatsvindt. 4. Het college of de burgemeester stuurt de antwoorden, via de griffie, aan de raad.

Rechtspraak bij dit artikel