Naar hoofdinhoud
1. Bij elke raadsvergadering, niet zijnde een hamerraadvergadering, wordt het agendapunt ‘vragen aan het college’ opgenomen. Dit zijn actuele politieke vragen. 2. Raadsleden, die vragen willen stellen aan het college, melden dit onder aanduiding van het onderwerp, uiterlijk om 16.00 uur op de werkdag voorafgaande aan de dag van de besluitvormende raadsvergadering via de raadsgriffier bij de voorzitter. 3. De voorzitter stelt géén vraag aan het college, indien: a. de vraag gaat over een onderwerp dat binnen afzienbare tijd in een commissievergadering of raadsvergadering wordt geagendeerd; b. sprake is van een vraag over een zaak die nog onder de rechter is; c. sprake is van een vraag over een zaak of een verzoek om informatie die op grond van de Wet open overheid niet openbaar is; d. de vraag gaat over nog niet beantwoorde schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 89. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde waarin aangemelde onderwerpen tijdens dit agendapunt, zoals bedoeld in het eerste lid, aan de orde worden gesteld alsmede de spreektijd voor de vragensteller, de overige raadsleden, het college en de burgemeester. 5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om in maximaal twee minuten één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Daarna antwoordt het college respectievelijk de burgemeester in maximaal twee minuten. Na de beantwoording daarvan krijgt de vragensteller desgewenst maximaal één minuut het woord om aanvullende vragen te stellen. 6. De voorzitter kan aan andere raadsleden het woord verlenen om aan de vragensteller, het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 7. De voorzitter is gerechtigd om een betoog, dat de beschikbare tijd overschrijdt, af te breken. 8. Tijdens het agendapunt ‘vragen aan het college’ worden geen moties ingediend en geen interrupties door de voorzitter toegelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel