Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK ll

Artikel 4.3

Bereikbaarheid locatie voor inzamelvoertuig

Onderdeel van Beleidsregel locatiekeuze afval inzamelvoorzieningen gemeente Cranendonck

1.. De afstand tussen de zuil van een ondergrondse afvalcontainer en de standplaats van het inzamelvoertuig is, in verband met de maximale reikwijdte van de kraan van het inzamelvoertuig, niet meer dan 5 meter. 2.. Bij de ondergrondse container moet een vrije bovenruimte zijn van minimaal 8 meter ten behoeve van het ledigen van de container. 3.. Binnen een straal van 1 meter mogen zich geen obstakels bevinden met een hoogte van 3 meter vanaf het maaiveld of hoger. 4.. De doorrijhoogte van bruggen, viaducten en andere obstakels op de route naar de locatie is meer dan 4 meter. 5.. Ondergrondse containers worden zodanig geplaatst dat de inzamelvoertuigen veilig kunnen stoppen en geen onveilige manoeuvres hoeven te maken om de containers te kunnen ledigen. 6.. De locatie is vooruitrijdend te bereiken en te verlaten voor het inzamelvoertuig, tenzij niet anders mogelijk. Bij doodlopende straten, waar vooruit ingereden wordt, worden containers zoveel mogelijk aan de rechterkant van de weg geplaatst. 7.. De locatie bevindt zich in een straat die eenvoudig in te rijden is voor het inzamelvoertuig. De bochtstraal is minimaal 8,5 meter (draaicirkel over de bumper van het voertuig). 8.. De locatie is goed bereikbaar voor inzamelvoertuigen met een maximale breedte van 2,55 meter (3,05 meter incl. spiegels) en een lengte van 8,50 tot 11 meter. Tijdens afstempelen is de totale breedte minimaal 3,5 meter. 9.. De locatie is bereikbaar via een weg die berekend is op zwaar verkeer (het maximale gewicht van het inzamelvoertuig met belading is 30 ton; dit gewicht is verdeeld over 3 assen). Dit geldt ook voor locaties op het terrein van derden. 10.. De locatie is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig op een gefundeerde verharding zowel links als rechts kan “afstempelen”. 11.. De locatie is zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig (bij lediging van de container) geen hinder ondervindt van aanwezige objecten, zoals straatmeubilair en geparkeerde voertuigen. 12.. De locatie bevindt zich bij voorkeur op gemeentegrond. Wanneer een container op particuliere grond wordt geplaatst, dan sluit de gemeente een overeenkomst tussen de grondeigenaar en de gemeente. 13.. Ondergrondse containers worden zodanig geplaatst dat deze aan de openbare weg liggen, bij voorkeur aan een doorgaande weg (in of uit een wijk).

Rechtspraak bij dit artikel