Voor de voorschriften rond het grondverzet gelden een aantal afwijkingen op het landelijke generieke kader. Dat is voor het merendeel het gevolg van de lokale ambities die nodig worden geacht om een duurzaam en toekomstig bodembeheer vorm te kunnen geven. Hierbij is uitgegaan van beleidsneutrale voorzetting van het beleid. Voor arseen en PFAS is hiervan plaatselijk van afgeweken vanwege wijzigingen in normen of nieuwe bodeminformatie. De gebiedsspecifieke zaken worden in dit hoofdstuk toegelicht.
Het gebiedsspecifiek beleid ten aanzien van lokaal maximale waarden en het percentage bodemvreemd materiaal komen onder de Omgevingswet automatisch in het tijdelijke deel van het Omgevingsplan of de Waterschapsverordening. Dit gaat via het overgangsrecht, derde lid van artikel 3.5 van de Aanvullingswet bodem.