Conform het Besluit bodemkwaliteit mogen herbruikbare grond en baggerspecie maximaal 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal bevatten voor zover het steenachtig materiaal of hout betreft (artikel 34 van het Besluit bodemkwaliteit en het tweede lid van artikel 1.1 van de Regeling bodemkwaliteit). Bijmengingen zoals aardappelen en wortels in tarragrond worden ook gezien als bodemvreemd. Tarragrond is aanhangende grond die vrijkomt bij het behandelen van gewassen na de oogst. Overige bodemvreemde materialen, zoals plastic en piepschuim mogen alleen sporadisch voorkomen. Voorwaarde is dat dit materiaal al voorafgaand aan het ontgraven of bewerken in de grond of baggerspecie aanwezig was en het redelijkerwijs niet gevraagd kan worden om het uit de grond of baggerspecie te verwijderen voordat het toegepast wordt.
De gemeente heeft op grond van artikel 44 en 45 van het Besluit bodemkwaliteit de mogelijkheid om via gebiedsspecifiek beleid een lager percentage bodemvreemd materiaal vast te stellen. De regio IJsselland maakt gebruik van deze mogelijkheid. De grens voor bodemvreemd materiaal bij de toepassing van grond en baggerspecie wordt binnen het beheergebied van deze Nota gelegd op 5 % (gewichtsprocent). Dit percentage is eveneens van toepassing voor de leeflaag van grootschalige bodemtoepassingen. Op deze wijze wordt binnen de regio een balans gevonden tussen enerzijds visuele hinder en aantasting van bodemgebruiksfuncties te verlagen en anderzijds om kosteneffectief grondverzet mogelijk te houden.