Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

Aanpak opstellen bodemkwaliteitskaarten

Onderdeel van Technische rapportage bodemkwaliteitskaart regio IJsselland 2023

De bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten en de eisen uit bijlage M van de Regeling bodemkwaliteit. In deze richtlijn worden 8 stappen onderscheiden: Opstellen programma van eisen Vaststellen onderscheidende kenmerken Gegevensverzameling en gegevensbewerking Indelen beheergebied in deelgebieden Controle indeling van het beheergebied Verzamelen aanvullende informatie Vaststellen bodemkwaliteitszones Opstellen ontgravings- en toepassingskaart (generiek of gebiedsspecifiek) Onderdeel van het opstellen van een bodemkwaliteitskaart is het uitvoeren van een vooronderzoek conform NEN 5725 aanleiding E5NEN 5725:2017 NL - Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Dit vooronderzoek is gericht op het verzamelen van voor de kaart relevante informatie en het beoordelen of deze informatie voldoende en actueel is. Het vooronderzoek is dan ook onderdeel van meerdere stappen uit de Richtlijn. In stap 1 zijn de beleidsmatige en technisch inhoudelijke keuzes gemaakt. Deze vormen het kader waarbinnen de bodemkwaliteitskaart tot stand is gekomen. Zie paragraaf 2.3 en 2.4 voor de uitwerking. In stap 2 is vastgesteld welke kenmerken binnen het beheergebied een belangrijke rol spelen bij het definiëren van deelgebieden. Zie voor de uitwerking hoofdstuk 3. In stap 3 is de informatie die van het beheergebied beschikbaar was, verzameld en geschikt gemaakt voor de verwerking tot een bodemkwaliteitskaart. Hiertoe is bodeminformatie uit de bodeminformatiesystemen digitaal aangeleverd in XML-format. Zie hoofdstuk 3 voor de uitwerking. In stap 4 is het beheergebied ingedeeld in deelgebieden. Op basis van de verlenging was geadviseerd te kijken naar mogelijke samenvoegingen van homogene deelgebieden in zones. Zie hoofdstuk 4 voor de uitwerking. In stap 5 is op basis van de informatie bepaalt of de indeling in deelgebieden in zones van stap 4 juist is. Zie hoofdstuk 4 voor de uitwerking. In stap 6 is het niet noodzakelijk geweest voor het verzamelen van aanvullende gegevens. Zie hoofdstuk 3. In stap 7 zijn de bodemkwaliteitszones definitief vastgesteld. Zie hoofdstuk 4. In stap 8 zijn de toepassingseisen geformuleerd en is bepaald in welk kader (generiek of gebiedsspecifiek) de kaart functioneert. Deze stap is opgenomen in de Nota bodembeheer.

Rechtspraak bij dit artikel