De technisch-inhoudelijke onderbouwing gaat in op de eisen waaraan een bodemkwaliteitskaart moet voldoen. In de Richtlijn zijn de onderwerpen benoemd die essentieel worden geacht om de kwaliteit van het grondverzet te kunnen waarborgen. Deze onderwerpen moeten dan ook minimaal in de onderbouwing worden meegenomen en zijn in hoofdstuk 3 toegelicht.
Dit zijn:
Het (deel van het) beheergebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld (paragraaf 3.1)
De diepte en het aantal te onderscheiden dieptetrajecten waarover de bodemkwaliteitskaart een uitspraak doet (paragraaf 3.2)
De stoffen die in de bodemkwaliteitskaart worden opgenomen (paragraaf 3.2)
De onderscheidende kenmerken op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gedefinieerd (paragraaf 3.2)
Het deel van het beheergebied (onder andere de verdachte locaties) waarvoor de bodemkwaliteitskaart niet geldig is (paragraaf 3.3)
De lintvormig diffuus belaste deelgebieden die worden onderscheiden (paragraaf 3.2)
De kwaliteitseisen waaraan een bodemkwaliteitszone moet voldoen om te kunnen worden vastgesteld (hoofdstuk 4)
De statistische kentallen op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gekarakteriseerd (bijlage 6)
In welk kader de kaart functioneert: generiek of gebiedsspecifiek (zie Nota bodembeheer)
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Technisch-inhoudelijke onderbouwing
Onderdeel van Technische rapportage bodemkwaliteitskaart regio IJsselland 2023