In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle.
De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd.
Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd.
Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:
iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd.
de uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.
de manager B&FPC kan, wanneer hij als zodanig optreedt, niet tegelijkertijd optreden als comptabele.
Tegenpartijen wordt opdracht gegeven bevestigingen van iedere transactie te versturen.
Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.
Hoofdstuk 5:
Artikel 16.
Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
Onderdeel van Treasurystatuut 2024