Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.2

Artikel 1.2.1

Inleiding

Onderdeel van Beleidsregels Participatie en Uitgebreide procedure Omgevingsvergunning Gemeente Borne 2024

1.2.1.1 Algemeen De gemeente Borne wil ervoor zorgen dat bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving vroegtijdig afstemming plaatsvindt met de omgeving. Hierdoor kan in het voorstadium rekening worden gehouden met wensen en belangen uit de omgeving, waardoor het draagvlak voor de ontwikkeling wordt vergroot en bezwaren in een later stadium voorkomen kunnen worden. 1. 2.1.2 Aangewezen gevallen De gemeenteraad van Borne heeft vastgesteld voor welke (BOPA) gevallen participatie verplicht is (zie hiervoor het document met documentnr. 22int02492 en de hierop in de toekomst mogelijk volgende documenten). Voor de hierin door de gemeenteraad aangewezen gevallen, geldt een participatieverplichting en gelden voorliggende beleidsregels. In de overige gevallen is geen sprake van een participatieverplichting, maar wil de gemeente initiatiefnemers stimuleren om afstemming te laten plaatsvinden met de omgeving. De participatiewijzen in deze beleidsregels dienen voor die gevallen als inspiratiebron. Het idee achter deze combinatie van verplichten (aangewezen gevallen) en stimuleren (overige gevallen) is dat een initiatiefnemer niet onnodig wordt belast bij het indienen van een aanvraag. 1.2.1.3 Het doel Op welke wijze participatie plaatsvindt is afhankelijk van de specifieke kenmerken van het project of activiteit en de omgeving. Voorliggende beleidsregels hebben dan ook niet direct tot doel dat voor iedere ontwikkeling een informatiebijeenkomst georganiseerd moet worden. In gevallen met een beperkte impact kan een beperktere vorm van participatie, zoals het (schriftelijk) informeren van omwonenden, ook al voldoende zijn. In een geval met een grote impact op de omgeving zal daarentegen juist een meer uitgebreide vorm van participatie nodig zijn. Voorliggende beleidsregels beschrijven wat er op het gebied van participatie verplicht gedaan moet worden, maar bieden ook ruimte om maatwerk toe te passen. Aan de hand van ‘de aard en gevolgen van de aanvraag’ moet de participatie-inspanning worden bepaald. Deze moet in verhouding zijn met de aangevraagde activiteit. Daarnaast moet de uitgevoerde participatie ‘enige inhoud’ hebben. Ook moeten de partijen die direct ‘gevolgen van enige betekenis’ kunnen ondervinden als gevolg van de ontwikkeling hierbij betrokken zijn. 1.2.1.4 Toetsing aan beleidsregels Bij een omgevingsvergunning ligt de verantwoordelijkheid voor participatie bij de initiatiefnemer. Indien sprake is van een ontwikkeling/project in de fysieke leefomgeving, waarop voorliggende beleidsregels van toepassing zijn, dan wordt aan deze beleidsregels getoetst. De resultaten van de toetsing kunnen worden betrokken bij de uiteindelijke beoordeling of er voldoende aan participatie is gedaan. Wanneer uit de beoordeling blijkt dat niet of onvoldoende aan participatie is gedaan, dan kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. Het college moet de aanvrager hierbij wel eerst de gelegenheid geven om het gebrek te herstellen. 1.2.1.5 Tot slot Uiteindelijk zal uit de jurisprudentie moeten blijken wanneer er in welke gevallen sprake is van (on)voldoende participatie. Daarnaast is participatie een dynamisch proces. Ervaringen met participatie kunnen worden gebruikt om voorliggende beleidsregels aan te passen en/of te verbeteren.

Rechtspraak bij dit artikel