1.2.2.1 Algemeen
Voorliggende beleidsregels geven aan wanneer participatie verplicht is. Daarnaast wordt vermeld welke participatiewijzen de gemeente voorschrijft, welke participatie-inspanning hierbij hoort en wat hierbij de minimale eisen zijn. Aan de hand hiervan wordt voor de gevallen met een participatieverplichting getoetst of de participatie voldoende is uitgevoerd. Naar deze beleidsregels zal dan ook worden verwezen, wanneer bij een aanvraag informatie over de wijze van participatie ontbreekt en/of wanneer deze onvoldoende is uitgevoerd (incomplete aanvraag).
1.2.2.2 Gevallen met een participatieverplichting
Voor de door de gemeenteraad van Borne aangewezen gevallen die worden genoemd in het document met documentnummer 22int02492 - en de hierop in de toekomst mogelijk volgende documenten - geldt een participatieverplichting, indien sprake is van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
1.2.2.3 Wanneer welke participatiewijze hanteren?
De gemeente Borne maakt in deze beleidsregels onderscheid tussen drie verschillende participatiewijzen waarbij sprake is van verschillen in de participatie-inspanning, namelijk: mondeling (lage inspanning), schriftelijk (middelmatige inspanning) en middels een informatiebijeenkomst (hoge inspanning). Zie hiervoor ook subparagraaf 1.2.2.4 van deze beleidsregels.
Op welke wijze participatie plaatsvindt is, zoals eerder beschreven, afhankelijk van de specifieke kenmerken van het project of activiteit en de omgeving. De participatie-inspanning moet aan de hand van ‘de aard en gevolgen van de aanvraag’ worden bepaald en de uitgevoerde participatie moet ‘enige inhoud’ hebben. Ook moeten de partijen die direct ‘gevolgen van enige betekenis’ kunnen ondervinden als gevolg van de ontwikkeling hierbij betrokken zijn.
In de meeste gevallen waarvoor een participatieverplichting geldt (zie subparagraaf 1.2.2.2) is, onder meer vanwege de aard en gevolgen, minimaal een hoge inspanning nodig. Een initiatiefnemer kan hiervan gemotiveerd afwijken en een andere participatie-inspanning hanteren, ook kan de initiatiefnemer gemotiveerd op een andere wijze invulling geven aan de door de gemeente voorgeschreven participatiewijzen zoals opgenomen in subparagraaf 1.2.2.4 (maatwerk). De gemeente beoordeeld uiteindelijk of de participatie voldoende is uitgevoerd.
1.2.2.4 De participatiewijzen
In de volgende paragrafen worden de drie participatiewijzen en de daarbij behorende inspanning (inclusief minimale eisen) die de gemeente Borne onderscheidt nader toegelicht. Zoals eerder beschreven mag hiervan gemotiveerd worden afgeweken en moet uiteindelijk uit de jurisprudentie blijken wanneer er in welke gevallen sprake is van (on)voldoende participatie.
1. Mondeling participeren (lage inspanning)
De initiatiefnemer licht de partij(en) mondeling toe wat zijn plannen zijn, waarbij de initiatiefnemer:
De plannen visueel presenteert (bijvoorbeeld met een tekening en/of kaart);
Vertelt welke onderdelen in de plannen informerend zijn en welke onderdelen (nog) bespreekbaar zijn;
De partij(en) vraagt naar de mening over de plannen;
De partij(en) de tijd geeft om tot minimaal 2 weken na de mondelinge toelichting eventuele opmerkingen kenbaar te maken.
Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt toegelicht wanneer en hoe aan deze punten uitvoering is gegeven en wat hiervan het resultaat is.
2. Schriftelijk participeren (middelmatige inspanning)
De initiatiefnemer stuurt de partij(en) een brief, waarin de initiatiefnemer het volgende vermeldt:
Wie de initiatiefnemer is en wat zijn plannen zijn (inclusief visuele impressie, bijvoorbeeld een tekening en/of kaart);
Een uitleg over wat er met de plannen ten opzichte van de huidige (planologische) situatie verandert;
Een motivatie voor de plannen;
Welke onderdelen in de plannen informerend zijn en welke onderdelen (nog) bespreekbaar zijn;
Dat de partijen tot minimaal 2 weken na ontvangst van de brief een (schriftelijke) reactie op de plannen kunnen geven;
Wat de vervolgprocedure is.
Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt door middel van een (kort) verslag kenbaar gemaakt wanneer en hoe aan deze punten uitvoering is gegeven en wat hiervan het resultaat is.
3.Participeren middels een informatiebijeenkomst (hoge inspanning)
De initiatiefnemer organiseert een informatiebijeenkomst voor de partijen, waarbij de initiatiefnemer:
De partijen binnen een redelijke termijn moet uitnodigen voor de bijeenkomst, waarbij in de uitnodiging onder meer staat:
Wie de initiatiefnemer is en wat de plannen zijn;
Waarom de bijeenkomst wordt georganiseerd;
Waar en wanneer de bijeenkomst plaatsvindt;
Wat de vorm van de bijeenkomst is (bijvoorbeeld een vrije inloop of een presentatie);
Of de partijen zicht vooraf moeten aanmelden en hoe ze zich kunnen aanmelden;
Tijdens de informatiebijeenkomst:
De plannen toelicht en visueel presenteert, bijvoorbeeld door middel van een presentatie, informatieborden, informatiestand et cetera;
Aangeeft welke onderdelen uit de plannen informerend zijn en welke onderdelen (nog) bespreekbaar zijn;
Aangeeft wat de vervolgprocedure is en wat met de opgehaalde input wordt gedaan;
De genodigden de kans geeft om vragen te stellen over de plannen en hierop opmerkingen te maken, zowel tijdens de bijeenkomst als tot minimaal twee weken na de bijeenkomst. De initiatiefnemer kan hiervoor een reactieformulier maken.
Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt door middel van een verslag kenbaar gemaakt wanneer en hoe hieraan uitvoering is gegeven en wat hiervan het resultaat is.
Hoofdstuk 1. › Paragraaf 1.2
Artikel 1.2.2
Wijze van participeren
Onderdeel van Beleidsregels Participatie en Uitgebreide procedure Omgevingsvergunning Gemeente Borne 2024