In dit statuut wordt verstaan onder:
- - Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Die waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren;
- - Drempelbedrag het bedrag dat buiten het verplicht schatkistbankieren gehouden mag worden. Dit wordt bedraagt volgens de landelijke richtlijnen 2,0 % van het begrotingstotaal met een minimum van € 1.000.000. Hoewel het drempelbedrag enigszins hoger ligt, houden wij om praktische redenen dit minimum bedrag aan;
- - Financiering Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar;
- - Geldstromenbeheer Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
- - Intern liquiditeitsrisico De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
- - Kasbeheer het beheer van de geldstromen en de daaruit voortvloeiende saldi en liquiditeitsposities tot één jaar;
- - Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;
- - Koersrisico Het risico dat voortvloeit uit de mogelijkheid dat de financiële vaste activa (aandelen, verstrekte geldleningen en bijdragen in investeringen van derden) van de organisatie in waarde verminderen door negatieve (koers)ontwikkelingen;
- - Kredietrisico De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;
- - Liquiditeitenbeheer Het beheer van financiële middelen voor een periode tot één jaar;
- - Liquiditeitenplanning Een schematisch overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid met als doel de liquiditeitsontwikkeling in de gaten te houden;
- - Medium term note Een instrument voor de gemeente om financiering met een looptijd van minimaal twee en maximaal dertig jaar aan te trekken. Een MTN is een verhandelbare schuldbekentenis aan toonder met gestandaardiseerde voorwaarden;
- - Netto vlottende schuld de vlottende schuld minus de vlottende tegoeden;
- - Netto schuldquote netto schuld als aandeel van de inkomsten.
netto schuldquote = {(langlopende schulden + kortlopende schulden + crediteuren + overlopende passiva) − (langlopende uitzettingen + kortlopende vorderingen + liquide middelen + overlopende activa)} / inkomsten voor bestemming reserves;
- - Onderhandse lening Een geldlening waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldverstrekkende partij kunnen worden vastgesteld;
- - Paragraaf Financiering de paragraaf in de programmabegroting c.q. jaarrekening waarin het beleid voor het komende jaar wordt vastgelegd resp. waarin verantwoording wordt afgelegd van de realisatie van het voorgenomen beleid;
- - Publieke taak De taak van de gemeente tot het dienen van het openbaar belang, zoals gedefinieerd in de taakomschrijving van de gemeente in de Gemeentewet;
- - Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier;
- - Relatiebeheer het omvat het onderhouden van relaties met instellingen, waarmee in het kader van de uitvoering van het treasurybeleid contacten worden onderhouden;
- - Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;
- - Renterisiconorm De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Het doel is om het renterisico bij herfinanciering te beheersen;
- - Rentetypische looptijd Looptijd tussen twee renteconversie momenten. Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding;
- - Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende factoren, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd;
- - Saldobeheer Het beheer van de dagelijkse saldi op de bankrekeningen;
- - Schatkistbankieren Het (verplicht) aanhouden van publieke middelen bij het ministerie van financiën;
- - Schuldratio de mate waarin het balanstotaal belast is met schuld.
schuldratio = (langlopende schulden + kortlopende schulden + crediteuren + overlopende passiva) / balanstotaal;
- - Treasurybeheer de uitvoering van de treasuryfunctie binnen de kaders van het treasurystatuut;
- - Treasurybeleid vastlegging van de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie;
- - Treasuryfunctie Dit omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;
- - Treasurycommissie De commissie belast met ontwikkelen van treasurybeleid, het nemen van beslissingen omtrent het aantrekken van extern vermogen en de liquiditeitsprognose;
- - Treasurystatuut het document waarin het beleid voor de uitvoering van de treasuryfunctie is vastgelegd;
- - Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer;
- - Vaste schuld Schuld met een rente typische looptijd vanaf één jaar.