Het college toetst aan de hand van een persoonlijk budgetplan vooraf of de kwaliteit bij de budgetbeheerder voldoende is gegarandeerd, door van de budgetbeheerder in het budgetplan te vragen:

  • - waar hij zijn ondersteuning zal inkopen;
  • - op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid; en
  • - hoe de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd.

Op grond van artikel 2.3.9 Wmo 2015 heeft de gemeente tot taak om periodiek na te gaan of het Pgb nog passend is en op de persoon is afgestemd. Voldoet de ondersteuning die de Pgb-houder inkoopt niet aan de kwaliteitseisen van artikel 2.3.6 lid 2 onderdeel c Wmo 2015 dan kan de gemeente maatregelen treffen.

Artikel 2.3.10 Wmo spreekt over herzien of intrekken. Het verschil is dat intrekken terugwerkende kracht heeft en dat in het geval van misbruik of fraude ook terugvordering van een pgb mogelijk is.

Het periodiek heronderzoek betreft een algemene onderzoeksbevoegdheid die onderscheiden moet worden van de bevoegdheid om toezicht te houden op de Wmo 2015.