De doelstellingen voor de hulp/ondersteuning worden vastgelegd in een onderzoeksrapport dat met de aanbieder wordt gedeeld. Op basis daarvan stelt de aanbieder binnen zes weken een plan op waarin de doelen zijn omgezet in activiteiten om die specifieke doelen te bereiken. Binnen een bepaalde periode na aanvang van de ondersteuning vindt een evaluatie plaats. Dit hangt af van wat er in het plan is afgesproken. Bij Ambulante Begeleiding en Intensieve Begeleiding kan na drie maanden de inzet worden geëvalueerd indien het een eerste indicatie individuele begeleiding betreft en de cliënt geen netwerk heeft om op terug te vallen.
Bij het Ontwikkelarrangement Begeleiding is in het plan een inschatting gemaakt van de benodigde duur van de ondersteuning voor maximaal een half jaar of korter. Na een half jaar kan het ondersteuningsplan dan worden bijgesteld en zo nodig worden verlengd.
Er wordt contact opgenomen met zowel de cliënt als de zorgaanbieder om te beoordelen of de geboden ondersteuning naar tevredenheid wordt ingezet. Ook wordt beoordeeld of de door de gemeente gestelde doelstellingen die in het onderzoeksrapport zijn opgenomen worden bereikt. Hierbij kan de gemeente het plan van de aanbieder opvragen. Indien nodig vindt hier bijstelling plaats. Natuurlijk kan de zorgaanbieder al voor deze evaluatie aan de bel trekken bij de gemeente als blijkt dat bijstelling van de ondersteuning en indicatie nodig is.