Personen met beperkingen die met begeleiding met het openbaar vervoer kunnen reizen, moeten zelf voor een begeleider te zorgen. Om voor de aantekening ‘medische begeleiding’ op de vervoerspas in aanmerking te komen, is een indicatie door de Wmo klantmanager of externe adviseur nodig. Slechts in zeer uitzonderlijke situaties kan een begeleiderindicatie voor een vervoersvoorziening worden toegekend als:

  • - de persoon met beperkingen agressief gedrag vertoont;
  • - de persoon met beperkingen dwaalgedrag vertoont;
  • - de persoon met beperkingen afhankelijk is van medische handelingen tijdens de rit.

Als de aantekening begeleiding tijdens vervoer noodzakelijk wordt afgegeven, moet men zelf voor een begeleider te zorgen.