Het functioneren van de cliënt wordt in kaart gebracht middels de 11 resultaatgebieden van de gebruikershandleiding FAQT-V (zie bijlage 2). Per resultaatgebied worden er doelen geformuleerd. Deze doelen worden opgenomen in het ondersteuningsplan van de cliënt. Onderstaande lijst geeft een overzicht van mogelijke doelen per resultaatgebied. Op basis van het onderzoek kunnen andere aanvullende doelen opgesteld worden.
Persoonlijk functioneren
- - Client vergroot zijn/haar zelfvertrouwen
- - Client heeft inzicht in eigen problematiek
- - Cliënt kan omgaan met veranderingen
- - Cliënt kan omgaan met eigen problematiek en/of psychische beperkingen
- - Client weet wat hij/zij kan doen om terugval te voorkomen
- - Client kan een gesprek voeren
- - Client kan problemen oplossen en besluiten nemen
Sociaal functioneren
- - Cliënt komt afspraken na
- - Cliënt kan sociale contacten aangaan en onderhouden
- - Cliënt heeft een gezond sociaal netwerk en vervult daarbinnen een passende sociale rol
- - Client kan communiceren met huisgenoten
- - Cliënt staat open voor opbouw van het sociaal netwerk
- - Client heeft inzicht in het functioneren in het gedrag van huisgenoten
- - Cliënt kan eigen problematiek in relatie tot het sociaal netwerk hanteren
- - Cliënt herkent sociale contacten die schadelijk voor hem/haar zijn
Gezondheid en zelfzorg
- - Cliënt weet wat goede zelfverzorging is en kent het belang hiervan
- - Cliënt beheert zelf de medicatie en neemt deze op tijd eventueel met e-hulpmiddelen
- - Client is toegeleid naar gespecialiseerde hulpverlening
- - Cliënt komt afspraken met zorgprofessionals na (zoals huisarts, tandarts, medisch specialist)
Verplaatsen en vervoer
- - Cliënt is in staat om zelfstandig het Openbaar Vervoer te gebruiken
- - Cliënt is in staat om veilig aan het verkeer deel te nemen
Wonen
- - Cliënt beschikt over woonvaardigheden om zelfstandig te kunnen wonen
- - Client houdt rekening met zijn woonomgeving (buren)
Regie bij het huishouden
- - Client ontvangt ondersteuning bij het organiseren /plannen van huishoudelijke werkzaamheden
- - Client beschikt over huishoudelijke vaardigheden zoals: maaltijd voorbereiden, schoonmaken
- - Cliënt draagt bij aan een schone leefomgeving
Dagbesteding
- - Client heeft een zinvolle dagbesteding gericht op behoud en/of ontwikkeling van vaardigheden waaronder arbeidsvaardigheden
- - Cliënt heeft een dagbesteding die past bij zijn behoefte
- - Cliënt verricht onbetaald/betaald arbeidsmatige activiteiten
- - Mantelzorg is ontlast
Toelichting: als een cliënt ook ondersteuning krijgt of kan krijgen vanuit de Participatiewet wordt hierover afstemming gezocht met de participatieconsulenten. Deze ondersteuning is voorliggend op een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo.
Financiën/administratie
- - Cliënt heeft overzicht over zijn administratie
- - Cliënt heeft de thuisadministratie op orde
- - Cliënt betaalt tijdig de rekeningen
- - Cliënt kan formulieren invullen
- - Cliënt weet naar welke instantie hij/zij met welke vraag moet
- - De inkomsten en de uitgaven zijn op orde/in balans
- - De schuldenproblematiek is beheersbaar en wordt verminderd
- - Cliënt is toegeleid naar voorliggende voorzieningen voor overname of het aanleren van de administratie/financiën
Toelichting: bij ondersteuning bij de financiën/administratie kan, alvorens een maatwerkvoorziening in te zetten, ook gedacht worden aan inzet van een algemene of voorliggende voorziening bij het op orde brengen van de thuisadministratie. Te denken valt daarbij aan de formulierenbrigade, het invullen van belastingformulieren of de inzet van Schuldhulpmaatjes of een administratiekantoor. Bij zwaardere problematiek zoals het hebben van schulden kan een cliënt ook ondersteuning krijgen vanuit de Schuldhulpverlening of er kan bewindvoering worden ingeschakeld.
Justitie
- - Cliënt veroorzaakt geen overlast
- - Cliënt pleegt geen overtredingen of delicten
- - Cliënt komt afspraken na met politie, justitie en reclassering.
Verslaving
- - Cliënt heeft zijn/haar verslaving onder controle
- - Cliënt heeft geen problemen als gevolg van de verslaving
- - Cliënt erkent zijn/haar verslaving
- - Cliënt kan hulp vragen wanneer de verslaving niet (meer) onder controle is
Ouders/opvoeder
- - Ouders inzicht geven bij problematiek van het kind
- - Ouders/opvoerder handvatten aanreiken ten aanzien van het opvoeden
- - en begeleiden van hun kind