Grenzen aan mandaat

1. Bij de verlening van mandaat houdt het college van burgemeester en wethouders in zijn algemeenheid rekening met de volgende uitgangspunten:

a. er moet sprake zijn van efficiëntie en tijdwinst;

b. besluiten dienen binnen daartoe bestemde budgetten te vallen;

c. de bevoegdheden in het kader van het budgethouderschap dienen in acht te worden

genomen.

2. Van mandaat mag geen gebruik worden gemaakt, indien:

a. het betreft bestuurlijk/politiek gevoelige zaken;

b. het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het dan toe gevoerde beleid;

c. het besluit niet past binnen de daartoe bestemde budgetten of uit het besluit niet voorziene

financiële consequenties kunnen voortvloeien;

d. de betrokken portefeuillehouder, de burgemeester of algemeen directeur dit kenbaar heeft

gemaakt;

e. bij betrokkenheid van meerdere afdelingen één van de afdelingen over het te nemen

besluit een afwijkend of negatief advies heeft uitgebracht, danwel de budgethouder een

negatief advies heeft uitgebracht;

f. er persoonlijke betrokkenheid van de gemandateerde bij het te nemen besluit bestaat;

g. artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet van toepassing is of indien de gemandateerde enige twijfel heeft of dit het geval is.

Reikwijdte mandaatverstrekking

Indien het college van burgemeester en wethouders mandaat verleent ten aanzien van de uitvoering van een bevoegdheid, geschiedt deze verlening in de ruimste zin van het woord. Naast het nemen van besluiten in positieve of negatieve zin wordt hieronder dan ook mede verstaan:

  • - het nemen van alle voorbereidingsbesluiten en het verrichten van alle voorbereidingshandelingen;
  • - het intrekken van besluiten (niet in kader van bestuurlijke handhaving tenzij uitdrukkelijk gemandateerd);
  • - het uitreiken van bewijs van ontvangst aanvragen etc.;
  • - het vaststellen van formulieren voor het indienen van aanvragen etc.
  • - verdagen en/of uitstellen;
  • - verzoeken om aanvullende informatie;
  • - verzoeken tot kosteloze advisering aan derden (politie, brandweer, nutsbedrijven, Kamer van Koophandel, Rijksdiensten etc.);
  • - verzoeken tot het betalen van legeskosten o.g.v. vastgestelde verordeningen;
  • - het voeren van correspondentie, die direct te maken heeft met de opgedragen taken;
  • - het verstrekken van inlichtingen over vastgesteld beleid;
  • - het stellen van nadere voorwaarden;
  • - het toekennen van bedragen in termijnen;
  • - het toekennen van voorschotten;
  • - het uitvoeren van selectie en gunning conform het inkoop en -aanbestedingsbeleid;
  • - het afleggen van verantwoording aan het rijk;
  • - het beslissen op verzoeken om schadevergoeding (zelfstandige en onzelfstandige schadebesluiten);
  • - het bekend maken van besluiten/beschikkingen, daar waar de verplichting daartoe in de wetgeving is opgenomen;
  • - het toezenden van besluiten/beschikkingen aan instanties, daar waar de verplichting daartoe in de wetgeving is opgenomen; en alle andere besluiten die genomen moeten worden en alle andere handelingen die moeten worden verricht binnen het kader van de uitvoering van de verleende bevoegdheid.

Ondertekening

Daar waar door het college van burgemeester en wethouders een bevoegdheid is verleend tot het nemen van een besluit, wordt tevens de bevoegdheid tot ondertekening verleend, voor zover dit niet wettelijk is uitgesloten. In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht, dat het besluit is genomen krachtens mandaat. Hierbij wordt de volgende formulering aangehouden: Het college van burgemeester en wethouders, namens het college en dan de functie en naam van de gemandateerde.

Ondermandaat

Ondermandaat is toegestaan.

Ondermandatering geschiedt bij schriftelijk besluit.

Ondermandaten worden ter kennis van het college van burgemeester en wethouders gebracht.

De voorschriften die voor het mandaat gelden zijn onverminderd van toepassing op het ondermandaat. Daarnaast kunnen aan een ondermandaat extra voorschriften worden verbonden.

Afwezigheid gemandateerde

1. Ingeval van afwezigheid van de gemandateerde worden de verleende bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervangers of waarnemers.

2. Indien een bevoegdheid is uitgeoefend door een plaatsvervanger of waarnemer, dient dit in de ondertekening tot uitdrukking te worden gebracht door gebruikmaking van de woorden “plaatsvervangend” of “waarnemend’’, gevolgd door functie en eigen naam.

Rapportage

Rapportage aan het college van de onder mandaat of volmacht genomen besluiten vindt plaats overeenkomstig de door het college en eventueel per mandaat of volmacht te bepalen periode en wijze van verslaglegging.