Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 3.3.4

Brijnwaterlozingen

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder

1. . Het is verboden om verontreinigende stoffen rechtstreeks, zonder doorsijpeling door bodem of ondergrond, in het grondwater te lozen. 2. . Het eerste lid geldt niet voor wateronttrekkingsactiviteiten waarvoor op grond van artikel 16.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de omgevingsverordening of waterschapsverordening een omgevingsvergunning is vereist of waar op grond van de waterschapsverordening voorschriften aan zijn gesteld. 3. . Bij maatwerkvoorschrift kan een rechtstreekse lozing van verontreinigende stoffen in het grondwater als bedoeld in het eerste lid kan worden toegestaan, indien: de lozing is toegestaan op grond van artikel 11, derde lid onder j van de Kaderrichtlijn Water en de lozing niet verhindert dat de voor dat grondwaterlichaam vastgestelde milieudoelstellingen worden bereikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel