**1..** Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen, in de openlucht of buiten de weg de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:
een onbruikbaar of aan de oorspronkelijke bestemming onttrokken voer- of vaartuig of onderdelen daarvan;
een bromfiets en motorvoertuig of onderdelen daarvan;
een kampeermiddel als bedoeld in artikel 4.2.6 of onderdelen daarvan, voor zover het plaatsen of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of
een mestopslag, een gierkelder of een andere verzamelplaats van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuild landbouwproduct, afbraakmateriaal en oud metaal.
**2..** Het aanwijzen van de in het eerste lid bedoelde plaatsen, doet het college:
in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente;
ter voorkoming of beëindiging van overlast, dan wel
ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid.
**3..** Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.
**4..** Het verbod geldt niet voor zover regels gelden voortvloeien uiteen omgevingsvergunning, het Besluit activiteiten leefomgeving of een andere Algemene Maatregel van Bestuur die gebaseerd is op de Omgevingswet.
**5..** Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf 4.3
Artikel 4.3.3
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest en afvalstoffen
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Noordoostpolder