Naar hoofdinhoud
Woningsplitsing Er mag alleen sprake zijn van woningsplitsing in de volgende 2 situaties Het centrum van Heerlen, conform kaart bijlage 1, is hiervan uitgesloten. Situatie 1: Het betreffende pand heeft een huidige commerciële bestemming of gebruik (bijvoorbeeld: winkel, horeca, dienstverlening of maatschappelijk); Én in dit pand reeds een bestaande woning aanwezig is; Én het pand wordt in totaliteit/in zijn geheel getransformeerd/verbouwd naar wonen; Er kan hierdoor een kleinschalige meergezinswoning ontstaan. Situatie 2: Het pand is een (voormalig) (illegaal) kamerverhuurpand; Én het pand heeft een omvang/volume dat het niet te gebruiken is als één grondgebonden woning, hiervoor wordt uitgegaan van een oppervlakte van min 200m2; Én het pand wordt in totaliteit/in zijn geheel getransformeerd/verbouwd naar wonen; Er kan hierdoor een kleinschalige meergezinswoning ontstaan. Het doel is om de leefbaarheid te verbeteren. Na splitsing moeten de woningen voldoen aan de in de Doelgroepenverordening beschreven minimale kwaliteitseisen zoals ontleend aan de Woonstandaard 3.0, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het gebied binnen het centrum van Heerlen enerzijds, en het gebied buiten het centrum anderzijds. De woning beschikt over de benodigde voorzieningen die een zelfstandige woning heeft: eigen toegang en eigen keuken, douche/bad, toilet. Splitsing is alleen mogelijk binnen een bestaand hoofdgebouw met een legale woonfunctie: Er mag géén woning gerealiseerd worden in de bijgebouwen van het oorspronkelijke hoofdgebouw. Er mag géén woning gerealiseerd worden achter het oorspronkelijk hoofdgebouw. Er mogen geen onevenredige nadelige gevolgen voor bezonning en daglichttoetreding op aangrenzende percelen ontstaan. Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Transformatie/functiewijziging De aanvrager beoogt het bestaande gebruik van (een gedeelte van) een pand te wijzigen naar de gebruiksfunctie ‘wonen’ waardoor er een of meerdere woningen worden gerealiseerd. De ruimte kan ook betrokken worden bij een bestaande woning zodat deze groter wordt, waarbij er geen nieuwe woning ontstaat. De aanvrager beoogt de bestaande bestemming te wijzigen naar de bestemming ‘wonen’, waardoor er een of meerdere woningen kunnen worden gerealiseerd. De ruimte kan ook betrokken worden bij een bestaande woning zodat deze groter wordt, waarbij er geen nieuwe woning ontstaat. .De woning die ontstaat door het gebruik te wijzigen, moet voldoen aan de in de Doelgroepenverordening beschreven minimale kwaliteitseisen zoals ontleend aan de Woonstandaard 3.0, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het gebied binnen het centrum van Heerlen enerzijds, en het gebied buiten het centrum anderzijds. . Algemeen van toepassing op nieuwbouw, woningsplitsing en transformatie/functiewijziging naar wonen. Het plan / de aanvraag dient naast het in deze beleidsregel bepaalde, steeds te voldoen aan de voorwaarden uit de Structuurvisie Wonen Zuid-Limburg en de bijbehorende beleidsregel “Ruim baan voor goede bouwplannen 2021” (zie ook hierna onder 5). Er mogen geen onevenredige nadelige gevolgen voor bezonning en daglichttoetreding op aangrenzende percelen ontstaan. Er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. Uit ruimtelijk ordeningspunt worden de belangen van derden niet onevenredig geschaad. Er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige architectonische en/of cultuurhistorische waarden. Er dient een goede ontsluiting te zijn op de openbare weg. Iedere nieuwe woning beschikt over een buitenruimte. Conform het woonbeleid dient iedere nieuwe woning zo duurzaam mogelijk te worden gerealiseerd. Bij de aanvraag geeft aanvrager aan welke duurzaamheidsmaatregelen getroffen worden. Conform het woonbeleid dient iedere nieuwe woning levensloopbestendig te worden gerealiseerd. Bij de aanvraag geeft aanvrager aan welke maatregelen getroffen worden om de woning levensloopbestendig te maken. Conform het parkeerbeleid van de gemeente Heerlen is het uitgangspunt dat ‘de parkeereis van ontwikkelingen in eerste instantie op eigen terrein wordt opgevangen, tenzij…’ Bij de aanvraag geeft aanvrager aan waar de parkeergelegenheid voor de nieuwe woning is gesitueerd. Indien onvoldoende mogelijkheden aanwezig zijn voor parkeerplaats(en) op eigen terrein zijn, beoordeelt de gemeente of parkeren in de openbare ruimte mogelijk c.q. toegestaan is conform het gemeentelijk parkeerbeleid. In het kader van woonkwaliteit wordt het sterk aangeraden is dat iedere nieuwe woning een eigen stallingsruimte met voldoende stallingscapaciteit op eigen terrein heeft voor de stalling van o.a. langzaam vervoersmiddelen. Voor meer informatie wordt verwezen naar het vigerende parkeerbeleid. Bij de aanvraag geeft aanvrager aan waar de stallingsruimte is gesitueerd. Alle fietsparkeervoorzieningen moeten voldoen aan de kwaliteitseisen zoals opgenomen in het parkeerbeleid. Iedere nieuwe woning moet afval inzamelen op eigen terrein. Bij de aanvraag geeft aanvrager aan waar de ruimte voor afvalinzameling is gesitueerd. Voor grondgebonden woningen betekent dit een ruimte waar containers gestald kunnen worden. Voor specifieke informatie over inzamelmiddelen wordt verwezen naar de Beleidsregels toekenning inzamelmiddelen huishoudelijk restafval en plaatsing ondergrondse containers (2019). Indien het mogelijk verlenen van een omgevingsvergunning voor het plan leidt tot de verplichting van de gemeente om aan derden planschadevergoeding uit te keren, dan zal de aanvrager, de bedragen die met deze planschadevergoeding zijn gemoeid, aan de gemeente betalen. Hiervoor dient een planschadeafwentelingsovereenkomst met de gemeente te worden ondertekend.

Rechtspraak bij dit artikel