Voor de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel wordt als kostprijs van de zaak in natura, als bedoeld in artikel 14, derde lid onder a van de verordening, gehanteerd de kostprijs zoals door de gemeente overeengekomen met de leverancier, die deze voorziening in natura zou leveren. Indien blijkt dat dit bedrag niet toereikend is, dan wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget vastgesteld op basis van de goedkoopst adequate compenserende voorziening, gebaseerd op drie offertes.
Hoofdstuk 3
Artikel 7.
Hoogte persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen
Onderdeel van Nadere regels Wmo Voerendaal 2024