**1..** Voor de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget voor woningaanpassingen (zoals douche op afschot, verbreden deuropeningen, aanpassen van functie woonruimten, etc.) wordt als kostprijs van de zaak in natura, als bedoeld in artikel 14, derde lid onder a van de verordening, gehanteerd de kostprijs overeenkomstig de door de gemeente opgestelde kostenraming.
**2..** Als de kostenraming niet door de gemeente kan worden opgesteld, dan wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget vastgesteld op basis van de goedkoopst compenserende voorziening, gebaseerd op drie offertes in het geval de voorziening duurder is dan € 400. Als het offertebedrag lager is dan € 400 volstaat één offerte.
**3..** Indien het in het eerste lid genoemde persoonsgebonden budget wordt aangewend voor realisering van de woningaanpassing door een persoon uit het sociaal netwerk, dan wordt, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, de hoogte van het persoonsgebonden budget vastgesteld op basis van de benodigde materiaalkosten vermeerderd met de vigerende vrijwilligersvergoeding zoals door de belastingdienst bepaald.
Hoofdstuk 3
Artikel 8.
Hoogte persoonsgebonden budget woningaanpassing
Onderdeel van Nadere regels Wmo Voerendaal 2024