De geluidbelasting wordt beoordeeld ter plaatse van de gevels van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen. Een geluidgevoelig gebouw 3 art. 3.21 Bkl is een gebouw:
met een woonfunctie;
met een onderwijsfunctie;
voor kinderopvang met bedden;
voor gezondheidszorg met bedden.
Ook een woonwagen 4rt. 3.12 en 3.13 Bkl is een geluidgevoelig gebouw. Standaardwaarden en grenswaarden voor geluid gelden echter niet op de gevel van een woonwagen, maar op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonwagen. De ruimtes in een woonwagen zijn geen geluidgevoelige ruimtes.
De waarden en eisen in de instructieregels voor het bereiken van een aanvaardbaar geluid gelden op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dat langer dan 10 jaar toegelaten is. De instructieregels gelden dus niet voor tijdelijke bouwwerken5 Bij het toelaten van een tijdelijk geluidgevoelig gebouw moet de gemeente rekening houden met het geluid door de bron en moet het geluid door de bron aanvaardbaar zijn (art. 5.78s, Bkl).
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Geluidgevoelige gebouwen
Onderdeel van Beleidsregel geluid onder de Omgevingswet gemeente Bergeijk