Het bevoegd gezag past de instructieregels toe bij het vaststellen van een omgevingsplan of bij een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Er moet altijd worden gestreefd naar een geluidbelasting die ‘voldoet aan de standaardwaarde’ (ondergrens). De standaardwaarden gelden als algemeen geaccepteerd geluidniveau. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen binnen- of buitenstedelijk gebied. De standaardwaarde en grenswaarde per geluidsbronsoort zijn aangegeven in tabel 2.1.
Tabel 2.1 Standaardwaarde en grenswaarde geluid op een geluidgevoelig gebouw per geluidbronsoort6 art. 5.78t en 5.78 u Bkl
Geluidbronsoort
Standaardwaarde
Grenswaarde
Provinciale wegen
Rijkswegen
50 Lden
60 Lden
Gemeentewegen
Waterschapswegen
53 Lden
70 Lden
Lokale spoorwegen
Hoofdspoorwegen
55 Lden
65 Lden
Industrieterreinen
50 Lden
55 Lden
40 Lnight
45 Lnight
In de Omgevingswet is bepaald dat het bevoegd gezag alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw kan toegestaan7 art. 5.78u, lid 1a Bkl als:
er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen;
de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk wordt beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen;
bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen zijn overwogen die financieel doelmatig zijn en er tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan;
het gecumuleerd geluid is beoordeeld;
het gezamenlijke geluid is bepaald;
het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel bij het overwegen van geluidbeperkende maatregelen is betrokken.
Met andere woorden: wanneer door of na het treffen van geluidreducerende maatregelen, die niet bezwaarlijk zijn, de standaardwaarde nog steeds wordt overschreden, kan geluid tot en met de grenswaarde onder voorwaarden bij een nieuwe geluidgevoelig gebouw worden toegestaan. De voorwaarden van de geluidbeperkende maatregelen zijn opgenomen in hoofdstuk 3.
Uitzonderingen op hoogte grenswaarde
Uitzonderingen op de bovenstaande grenswaarden vormen:
‘vervangende nieuwbouw’ 8 art. 5.78v Bkl
Bij vervangende nieuwbouw worden bestaande geluidgevoelige gebouwen van relatief slechte kwaliteit vervangen door nieuwe geluidgevoelige gebouwen die een betere geluidwering krijgen die is afgestemd op het geluid buiten en daardoor meer woonkwaliteit bieden. In deze situatie mag de grenswaarde worden overschreden. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:
Een wezenlijke toename van het aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde mag niet.
De grenswaarde wordt met niet meer dan 5 dB overschreden.
‘functiewijziging’9 art. 5.78w Bkl
toelaten geluidgevoelig gebouw door wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand gebouw dat geen geluidgevoelig gebouw is. Hierbij geldt de volgende voorwaarde:
De grenswaarde wordt met niet meer van 5 dB overschreden.
Hoger dan de grenswaarde 10 art. 5.78y Bkl
Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw met een geluidbelasting op de gevel die hoger is dan de grenswaarde, kan alleen als:
aan de gevel van het geluidgevoelige gebouw waarop de grenswaarde wordt overschreden, bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen die:
bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of
borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde
2. zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke, belangen dit rechtvaardigen.