Naar hoofdinhoud
De koper is verplicht de grond te bebouwen met de in de overeenkomst aangegeven bebouwing, welke al naar gelang de bestemming van de grond (een) woning(en), bedrijfsgebouw(en) of kanto(o)r(en) of andere nadere omschreven bebouwing kan betreffen. Binnen twee jaar na leveringsdatum moet de op de grond te stichten bebouwing voltooid en gebruiksklaar zijn; indien daartoe aanleiding bestaat kan deze termijn door het college worden verlengd. Zolang niet is voldaan aan de in lid 2 vermelde verplichting mag de koper het gekochte (geheel of gedeeltelijk) niet zonder toestemming van het college in eigendom of economische eigendom overdragen, in erfpacht uitgeven, met beperkte rechten bezwaren, verhuren of verpachten. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden. Voor de vestiging van rechten van hypotheek is geen toestemming nodig. Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing in geval van executoriale verkoop, artikel 3:268, en van verkoop op grond van art. 3:174 BW. Niet-nakoming van het bepaalde in lid 2 heeft tot gevolg, dat de koper aan de gemeente een boete verschuldigd is van 1 % van de koopsom voor elke volle week, waarmee de termijn van twee jaren, c.q. indien de termijn verlengd is, de verlengde termijn, wordt overschreden. Het college kunnen in bijzondere omstandigheden, zulks te hunner beoordeling, het boetebedrag lager vaststellen. Bovenstaande is niet van toepassing indien het college een ontheffing verleende zoals bedoeld in artikel 17.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel