In eerste instantie is het van belang om te bepalen in welke categorie de ontwikkeling valt. Er zijn drie categorieën. Bijlage 1 bevat een indeling in categorieën van de meest voorkomende ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. De indeling in drie categorieën is uitgewerkt en geconcretiseerd naar type ontwikkeling.
Categorie 1: Deze initiatieven hebben een lichte impact op de omgeving.
Voor deze ontwikkelingen vragen we een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer.
Categorie 2: Deze initiatieven hebben een beperkte impact op de omgeving.
Bij deze ontwikkeling is het verplicht om minimaal 10% van of aangrenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak in te vullen als landschappelijke inpassing.
Categorie 3: Deze initiatieven zijn van relatief grote omvang en hebben een aanzienlijke impact op de omgeving en het landschap.
Bij deze ontwikkeling is het verplicht om minimaal 10% van of aangrenzend aan het bouwvlak of bestemmingsvlak in te vullen als landschappelijke inpassing. Daarnaast stellen we de extra verplichting dat minimaal 20% van de meerwaarde van de bestemmingswinst geïnvesteerd wordt in landschappelijke inpassing. Daarbij gaan we uit van een bijdrage van minimaal 20% van de bestemmingswinst van het plan. Deze volgt uit de bestemmingswaarde van het plan (beoogde situatie) minus de bestemmingswaarde van de huidige situatie.
Wanneer het gaat om een bouwvlak groter dan 1,5 ha in de groenblauwe mantel (zie bijlage 2), dan dient 30% van de waardevermeerdering geïnvesteerd te worden.
Ten aanzien van deze categorie 1 ontwikkelingen stelt de handreiking van de provincie dat het niet nodig is om landschappelijke inpassing te vragen. De gemeente Maashorst vindt het belangrijk om bij cateogrie 1 ontwikkelingen een goede landschappelijke inpassing te vragen. Volgens ons staat het immers niet vast dat in deze gevallen geen of slechts een verwaarloosbare impact zal plaatsvinden. De som van vele kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen die zonder een kwaliteitsverbetering worden gerealiseerd, kan bovendien afbreuk doen aan de kwaliteit van het buitengebied. Om die reden heeft deze Uitvoeringsregel als uitgangspunt dat bij categorie 1 ontwikkelingen een kwaliteitsverbetering plaats moet vinden. Van ontwikkelingen in deze categorie wordt echter verwacht dat het vrijwel altijd mogelijk zal zijn met relatief beperkte middelen een afdoende fysieke kwaliteitsverbetering te realiseren.
In sommige gevallen kan het nodig zijn dat – in overleg tussen gemeente en provincie – een maatwerkoplossing wordt gezocht voor het behalen van de omvang van de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit betreft voornamelijk planmatige ontwikkelingen met grootschalig ruimtebeslag en/of grote impact op de omgeving. Voorbeelden hiervan zijn oprichting windturbines of zonnevelden of aanleg van infrastructuur.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Categorie indeling
Onderdeel van Uitvoeringsregel kwaliteitsverbetering landschap gemeente Maashorst