Nadat is bepaald welk bedrag in de kwaliteitsverbetering van landschap moet worden geïnvesteerd, is de vraag hoe en/of waar moet worden geïnvesteerd.
Er dient sprake te zijn van een goede inpassing en/of de tegenprestatie dient gebaseerd te zijn op een landschapsanalyse. Dat betekent dat een landschapsanalyse altijd onderdeel hiervan uit moet maken.
De gemeente Maashorst heeft de volgende uitgangspunten:
Bij categorie 1 dient altijd op locatie te worden ingepast;
Bij een categorie 2 dient 10% van het bouwvlak altijd op locatie te worden ingepast. Dit kan in of aangrenzend aan het bouwvlak.
Bij een categorie 3
dient 10% van het bouwvlak altijd op locatie te worden ingepast. Dit kan in of aangrenzend aan het bouwvlak.
Dient de investering als gevolg van de 20% waardevermeerdering bij voorkeur op de locatie van het initiatief te worden geïnvesteerd. Er dient inzichtelijk gemaakt te worden hoe deze tegenprestatie ingevuld wordt. In overleg met gemeente is realisatie op andere locatie of storting in een landschapsfonds mogelijk.
Mag de (aanleg en onderhoud van de) 10% landschappelijke inpassing meegerekend worden bij de berekening van de tegenprestatie. De waardedaling van de 10% landschappelijke inpassing, zowel binnen als buiten het bouwvlak, mag niet meegerekend worden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1
Waar wordt geïnvesteerd in het landschap?
Onderdeel van Uitvoeringsregel kwaliteitsverbetering landschap gemeente Maashorst