Er kan op meerdere wijzen geïnvesteerd worden in de kwaliteitsverbetering van het landschap:
Het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen;
Onderhoudskosten;
Sloop van (niet cultuurhistorische waardevolle) bebouwing en verharding gelegen buiten het toekomstige bouwvlak/bestemmingsvlak;
Afwaarderen gronden voor natuur;
Klimaatmaatregelen;
Aanvullende wateropgaven.
In goed overleg kan bezien worden of een hierboven niet benoemde maatregelen ook ingezet kunnen worden. Bij die afweging staat het landschap voorop, dat is en blijft het doel van de regeling.
Welke maatregelen worden niet gezien als kwaliteitsverbetering:
Plankosten;
Inkomsten- en/of opbrengstenderving;
Boekwaardes en vervangingswaardes;
Sloop van illegal bebouwing;
Wadi/poelen binnen of buiten het bouwvlak worden niet meegerekend als deze worden aangelegd vanuit de waterverplichting;
Wanneer er grotere wadi’s/poelen worden aangelegd dan de waterverplichting vraagt, dan telt de wadi/poelen voor maximaal 500m2 minus de waterverplichting mee;
Tuin en erfinrichting; tenzij er substantieel iets aan het landschap toegevoegd wordt (bijvoorbeeld in de vorm van een bosje, houtwal, boomgaard, poel o.i.d.).
Milieumaatregelen zoals bodemsanering of het vervangen van astbestdaken;
Duurzaamheidsmaatregelen zoals warmtepompen, zonnepanelen, groene daken, enz.
Behoud of herstel van cultuurhistorische waarden of kenmerken;
Aanlegkosten van bestaand groen;
De waardedaling van de 10% landschappelijke inpassing (bij categorie 3), zowel binnen als buiten het bouwvlak mag niet meegerekend worden;
Als voor een maatregel subsidie is/wordt toegekend kan dat deel niet worden ingezet in het kader van de regeling kwaliteitsverbetering.
Ad. a. Het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen
De kosten van het uitvoeren van landschappelijke maatregelen, zoals de aanleg van nieuwe landschapselementen of nieuwe natuur kunnen volledig worden ingezet. Tuininrichting maakt geen deel uit van de verbetering van de omgevingskwaliteit. Erfinrichting alleen in die gevallen waarin er ook substantieel iets aan het landschap toegevoegd wordt (bijvoorbeeld in de vorm van een bosje, houtwal, boomgaard, poel o.i.d.).
De aanleg van de 10% landschappelijke inpassing bij categorie 3 ontwikkelingen mag worden meegerekend bij de berekening van de tegenprestatie.
Bestaand groen
Passend (kwalitatief) bestaand groen kan worden opgenomen in een goede landschappelijke inpassing bij een categorie 1 en 2 ontwikkeling. Bij een categorie 3 ontwikkeling kan bestaand groen ook onderdeel zijn van de verplichte 10% landschappelijke inpassing.. Het opnemen van passend bestaand groen in het landschapsplan dient tot behoud en planologische bescherming ervan
Aanlegkosten van bestaand groen kunnen niet opgevoerd worden. Bestaand groen vormt op zichzelf geen kwaliteitsverbetering. Wel de kosten voor beheer en onderhoud van bestaand groen, mits goed word onderbouwd dat dit een substantiële bijdrage levert aan de landschappelijke kwaliteit.
Bestaand groen kan in bepaalde situaties een upgrade krijgen, bijvoorbeeld door meer verschillende inheemse soorten, struik- en/of kruidlaag toe te voegen. De aanlegkosten van toevoegingen kunnen wel opgevoerd worden.
Kostenlijkst STILA
Qua kosten moet het gaan om reële kosten, daarvoor hanteren we de kostenlijst van STILA (Stimuleringsregeling landschap). Het is aan de initiatiefnemer om zorg te dragen voor realisatie van de gestelde oppervlakten en kwaliteiten. Indien de initiatiefnemer de aanleg goedkoper kan dan de richtbedragen in STILA dan is dit ten voordele van de initiatiefnemer.
Ad. b. Onderhoudskosten
Het is mogelijk om onderhoudskosten op te voeren als tegenprestatie. Daarbij gaan we er vanuit dat onderhoud binnen het bouwvlak 2 jaar meegerekend mag worden en buiten het bouwvlak 6 jaar aan onderhoudskosten. We hanteren daarbij de onderhoudsnormering van STILA.
De 6 jaar buiten het bouwvlak is gebaseerd op de verrekenbare kosten bij de STILA regeling. De 10% landschappelijke inpassing binnen of aangrenzend aan het bouwvlak, mag 2 jaar onderhoud meegerekend worden. Want die landschappelijke inpassing valt buiten de STILA regeling en is gebaseerd op het feit dat het binnen 2 jaar mogelijk moet zijn om nazorg te bieden voor de beplanting.
Ad. c. Sloop van (niet cultuurhistorische waardevolle) bebouwing en verharding gelegen buiten het toekomstige bouwvlak/bestemmingsvlak
Het verwijderen van overbodige bebouwing in het buitengebied vormt een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het landelijke gebied. De kosten van sloop van bebouwing en het verwijderen van verharding kunnen worden opgevoerd in de berekening, mits deze ook wegbestemd worden. We gaan daarbij uit van de netto oppervlakte sloop: de daadwerkelijke afname van (legale) m2 bebouwing en verharding. Waar vervangende nieuwbouw plaatsvindt mogen de sloopkosten dus niet meegeteld worden.
Voor het slopen van stallen en andere bedrijfsbebouwing buiten toekomstig bouwvlak wordt gerekend met kosten van 25 euro per m2
Als door de aanwezigheid van asbest de sloopkosten hoger uitvallen, dan kunnen deze meerkosten in redelijkheid worden meegerekend. Het moet gaan om aantoonbare meerkosten. Voorwaarde is dat het niet enkel om asbestsanering gaat, maar dat het gehele bouwwerk gesloopt wordt.
Voor het saneren van kassen wordt gerekend met kosten van 5 euro per m2.
Voor het verwijderen van erfverharding buiten toekomstig bouwvlak wordt gerekend met 5 euro per m2.
Ad. d. Afwaarderen gronden voor natuur
Gronden die worden omgezet naar de bestemming 'Natuur’ of ‘Groen’ worden in beginsel gewoon meegenomen in de berekening. Het bestemmingswaardeverschil wordt dan voor 20% meegerekend.
Als voor een maatregel subsidie is/wordt toegekend kan dat deel niet worden ingezet.
Natuur als onderdeel van NNB
Als natuur wordt ontwikkeld als onderdeel van de kwaliteitsverbetering in gebieden die behoren tot het nog niet-gerealiseerde Natuur Netwerk Brabant (NNB) kan de afwaardering van die gronden (bestemmingswaarde) volledig worden meegerekend. In praktijk betekent dit dat 20% van de afwaardering al verrekend wordt via de rekenmodule, in geval van NNB mag het bedrag van de aanvullende 80% afwaardering in mindering worden gebracht op het te investeren bedrag voor kwaliteitsverbetering). Als voor een maatregel subsidie is/wordt toegekend kan dat deel niet worden ingezet in het kader van de regeling kwaliteitsverbetering.
Voorwaarde is een goede planologische bescherming van die gronden in de vorm van een natuurbestemming en beschrijving van de natuurdoeltypes in het inpassings- of landschapsplan.
Aanleg NNB waardige natuur
Dit geldt ook voor gebieden waar NNB-waardige natuur wordt ontwikkeld aangrenzend aan gerealiseerde NNB, waardoor de ecologische structuur robuust wordt versterkt. Ook voor deze gronden kan de afwaardering (bestemmingswaarde) volledig worden meegerekend In praktijk betekent dit dat 20% van de afwaardering al verrekend wordt via de rekenmodule, in geval van NNB waardige natuur mag het bedrag van de aanvullende 80% afwaardering in mindering worden gebracht op het te investeren bedrag voor kwaliteitsverbetering). Als voor een maatregel subsidie is/wordt toegekend kan dat deel niet worden ingezet in het kader van de regeling kwaliteitsverbetering
Dit onder voorwaarde van een goede planologische bescherming van die gronden in de vorm van een natuurbestemming en beschrijving van de natuurdoeltypes in het inpassings- of landschapsplan.
Ondernemend Natuur Netwerk
Voor gronden die behoren tot het Ondernemend Natuur Netwerk Brabant kan de afwaardering voor 50% worden meegerekend. In praktijk betekent dit dat 20% van de afwaardering al verrekend wordt via de rekenmodule, in geval van ONNB mag het bedrag van de aanvullende 30% afwaardering in mindering worden gebracht op het te investeren bedrag voor kwaliteitsverbeteringOok hier onder voorwaarde van een goede planologische bescherming en beschrijving van de natuurdoeltypes in het inpassings- of landschapsplan.
Ad. e. KLimaatmaatregelen
Het gaat om klimaatmaatregelen die landschappelijk passend en vormgegeven zijn en het landschap versterken.
Ad f. Aanvullende wateropgaven
Het gaat om aanvullende wateropgaven die landschappelijk passend en vormgegeven zijn en het landschap versterken, bijvoorbeeld een natuurlijk ingerichte wadi. De wateropgave die voor de ontwikkeling zelf vereist is, vormt geen in te zetten maatregel. Wanneer er grotere wadi’s/poelen worden aangelegd dan de waterverplichting vraagt, telt de wadi/poelen voor maximaal 500m2 minus de waterverplichting mee. Want een grotere wadi/poel heeft geen extra landschappelijke meerwaarde meer.
Rekenvoorbeeld: bij een waterverplichting van 400m2, mag er bij de aanleg van een poel van 600m2, 100m2 als landschappelijke inpassing meegeteld worden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2
Welke kosten mogen bij een categorie 3 ontwikkeling ter plaatse meegerekend worden bij de kwaliteitsverbetering?
Onderdeel van Uitvoeringsregel kwaliteitsverbetering landschap gemeente Maashorst