Uitgangspunt is dat de eigenaar/verhuurder verantwoordelijkheid toont voor zijn huurders en de directe omgeving van het verhuurpand.
In de omgevingsvergunning worden in ieder geval de volgende voorschriften
opgenomen:
Bij gebruik van de omgevingsvergunning mag er geen sprake zijn van een redelijkerwijs aan te nemen on- aanvaardbare inbreuk op het geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het pand, welke inbreuk toe te rekenen is aan gedragingen vanuit (of afkomstig van een of meerdere personen vanuit) het pand.
De eigenaar/verhuurder dient ter waarborging van een geordend woon- en leefmilieu, in ieder geval:
Het betreffende pand te laten voldoen aan de geldende eisen voor brandveiligheid en bouw- kundige veiligheid (vanuit het Bouwbesluit).
en in het geval sprake is van verhuur:
In het huurcontract een huishoudelijk reglement op te nemen waarin staat dat de bewoners (en hun bezoekers) zich dienen te gedragen als goede buur, rekening dienen te houden met de buren en de directe omgeving van het verhuurpand en zich dienen te onthouden van gedrag dat leidt tot inbreuk op de leefbaarheid. Tot dit gedrag wordt in ieder geval gerekend het veroorzaken van geluidsoverlast, het vervuilen van het pand, achter terrein of de directe omgeving, het gebruiken of verhandelen van drugs en het gebruiken van fysiek of verbaal geweld.
Artikel 4
Geordend woon- en leefmilieu
Onderdeel van Gemeente Heerlen - Beleidsregel kamerbewoning 2024 van de gemeente Heerlen