Er kan een overbruggingsuitkering worden verstrekt als een inwoner bij het indienen van de aanvraag voor uitkering niet voldoende middelen heeft om de periode tussen de aanvraag en de eerste uitbetaling van de uitkering zelf te overbruggen.
In de volgende situaties kan dit aan de orde zijn:
bij het (gedeeltelijk of) volledig ontbreken van inkomen vóór de uitkeringsaanvraag (detentie, verlaten van een inrichting, toelage COA);
bij plotselinge verlating waarbij de aanvrager onvoorzien achterblijft zonder financiële middelen.
Daarnaast moet er voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:
er moet sprake zijn van broodnood;
de financiële situatie is zodanig dat het verlenen van een voorschot geen oplossing biedt omdat dit een schuldensituatie creëert of in stand houdt;
er is geen sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Hoogte en vorm bijzondere bijstand
De overbruggingsuitkering bedraagt eenmaal de maandnorm exclusief vakantietoeslag. Op dit bedrag worden de middelen in mindering gebracht waarover op de datum aanvraag vrij kan worden beschikt. De bijstand wordt verstrekt als bijstand 'om niet'.
Bewijsstukken
Bewijsstukken die aantonen dat er geen financiële middelen zijn (bijv. bank-/giroafschrift).