Naar hoofdinhoud

Artikel 13.

Kosten van verhuizing, eerste maand huur en inrichtingskosten

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand 2024

1. Verhuiskosten Verhuiskosten worden gezien als algemeen noodzakelijke kosten van bestaan. Mensen worden geacht te reserveren voor verhuiskosten. Dat geldt ook bij verhuizingen om medische of sociale redenen. Een uitzondering hierop zou kunnen zijn wanneer het om een niet-voorzienbare noodzakelijke verhuizing gaat (bijvoorbeeld bij brand) of ten behoeve van uitstroom uit de bijstand. Wanneer de betrokkene verhuist van een woning boven het maximum van de huurtoeslaggrens naar een woning die voor huurtoeslag in aanmerking komt, dan kan de bijstand om niet worden verstrekt. Bijzondere bijstand moet worden aangevraagd in de gemeente waar men woont voordat men gaat verhuizen. Voorliggende voorziening De WMO in geval van medisch, (psycho)sociaal noodzakelijke verhuizing Vergoedingen van de verhuurder in het kader van woningvergoeding, dan wel andere vergoedingen Het eigen vermogen Een lening van de KBNL De eerste huisvesting van jongeren die het ouderlijk huis gaan verlaten behoort in beginsel tot de algemene kosten van bestaan. Deze kosten wordt niet als noodzakelijk gezien omdat de keuze van het moment van zelfstandig wonen aangepast kan worden aan de financiële middelen van de jongere. Dit is anders als de jongere vanuit een jeugdzorginstelling gaat verhuizen naar een zelfstandige woonruimte. Verhuiskosten De werkelijke kosten in verband met transport van de inboedel (huur aanhanger of busje incl. brandstofkosten) De werkelijk gemaakte kosten van een verhuisbedrijf indien iemand aantoonbaar niet in staat is om de verhuizing zelf uit te voeren (geen rijbewijs, medische beperkingen). Hoogte van de bijzondere bijstand Voor de bepaling van de hoogte van de bijzondere bijstand wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate voorziening. Dit is in principe de huur van een boedelbak (ingeval van een auto met trekhaak) of de huur van een bus die zelf mag worden bestuurd. Bewijsstukken Kostenoverzicht van de te verwachten kosten. Feitelijk gemaakte kosten 2. Eerste maand huur en administratiekosten De kosten van eerste maand huur en administratie behoren tot de incidenteel voorkomende algemene kosten van het bestaan die men in beginsel geacht wordt te voldoen uit het inkomen op bijstandsniveau door hiervoor te reserveren of een lening af te sluiten. Als gevolg hiervan wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verstrekt voor de kosten van eerste maand huur en administratie. Garantstelling eerste huur voor mensen die verblijven in een crisisopvang Voor mensen die in een crisisopvang verblijven en een huurcontract bij een woningcorporatie willen aangaan kan er een garantstelling voor de eerste huur en borg nodig zijn. De gemeente kan deze garantstelling afgeven. Dit is ook mogelijk voor inwoners die nog niet ingeschreven zijn in de gemeente, maar daar wel naartoe willen verhuizen. Duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten De kosten van duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten (bijvoorbeeld verf en behang) horen tot de incidenteel voorkomende algemene noodzakelijk kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm, door middel van reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Dit betekent dat er in principe geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten. Indien de betreffende kosten voorzienbaar waren, versterkt dit het argument dat belanghebbende hiervoor had moeten reserveren. Voorliggende voorziening Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening (artikel 15 lid 1 Participatiewet). Gedacht kan worden aan: een situatie waarin de WMO in de betreffende kosten voorziet. Bijvoorbeeld de situatie waarin vloerbedekking moet worden vervangen omdat de belanghebbende last heeft gekregen van CARA (astma); een situatie waarin de Zorgverzekeringswet/Wet langdurige zorg in de betreffende kosten voorziet. Dit is het geval als bepaalde inrichtingselementen van woningen medisch noodzakelijk zijn. De betreffende voorzieningen staan vermeld in de Regeling zorgverzekering; een lening bij een commerciële bank, de Kredietbank Nederland (KBNL) gemeentelijke kredietbank (GKB) of een betalingsregeling met de leverancier; een uitkering bij schade uit een inboedelverzekering of het eigen vermogen. Bijzondere omstandigheden Bijzondere bijstand kan wel worden verleend als er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval. Bijzondere omstandigheden kunnen aanwezig zijn in de onderstaande situaties: Een verhuizing die het gevolg is van een verhuisverplichting in verband met de verstrekking van een woonkostentoeslag. Door de hoge woonlasten i.c.m. de korte periode waarin iemand moet verhuizen kan mogelijk onvoldoende worden gereserveerd. De kosten bestaan in beginsel voornamelijk uit stofferingskosten van de nieuwe woning; Een verhuizing ten gevolge van omvangrijke schade (brand, storm, etc.); Een verhuizing als gevolg van verlating of echtscheiding waarbij sprake is geweest van crisis interventie (bijv. opvang in blijf-van-mijn-lijfhuis) en het is voor de belanghebbende niet mogelijk om op korte termijn zijn of haar aandeel in de inboedel verkrijgen; een eerste huisvestiging na het verlaten van een penitentiaire inrichting, AZC of herhuisvesting uitgenodigde vluchtelingen. Vorm van de bijstand 1. Als borgtocht. De bijstand voor inrichtingskosten en vervanging duurzame gebruiksgoederen wordt verstrekt in de vorm van borgtocht. Door de KBNL wordt alleen bijstand in de vorm van borgtocht gevraagd in de volgende situaties: er is sprake een lopende echtscheidingsprocedure; er is sprake van verschillende openstaande lopende vorderingen; betrokkene staat geregistreerd bij het BKR; vreemdelingen met een tijdelijke verblijfsvergunning. 2. Om niet: Als de draagkracht in het vermogen minder bedraagt 50% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm Als de lening die belanghebbende op grond van zijn draagkracht kan afsluiten echter onvoldoende is om de incidenteel voorkomende noodzakelijke kosten van het bestaan te voldoen, het bedrag dat belanghebbende tekort komt. Bestaan er geen mogelijkheden voor de belanghebbende om ondanks de verlening van bijstand in de vorm van borgtocht om te lenen of bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening terug kan betalen, wordt de bijstand om niet verstrekt. Hiervan is sprake in de volgende situatie: de belanghebbende heeft als gevolg van een uitgevoerde schuldsanering een maandelijkse betalingsverplichting; de belanghebbende heeft een maandelijkse betalingsverplichting aan de KBNL in verband een lening waarvoor de gemeente borg staat dan wel een betalingsverplichting aan de gemeente i.v.m. een lening voor de vervanging van duurzame gebruiksgoederen dan wel inrichtingskosten. Hoogte bijzondere bijstand Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt vastgesteld aan de hand van de prijzengids van het Nibud. Bij een volledige woninginrichting wordt uitgegaan van 50% van het inventarispakket naar huishoudtype volgens het Nibud. Uitgangspunt hiervan is dat bij een (volledige) inrichting een deel tweedehands kan worden aangeschaft via overname van derden of Marktplaats/Kringloopwinkel. Bij een onvolledige woninginrichting wordt gekeken naar wat iemand daadwerkelijk nodig heeft. Ingeval van echtscheiding is de bijzondere bijstand niet hoger dan de helft van het bedrag dat iemand maximaal kan krijgen bij een volledige woninginrichting. Wijze van uitbetalen De bijzondere bijstand wordt bij voorkeur in een keer uit uitbetaald aan belanghebbende. Wanneer de consulent twijfelt of de belanghebbende in staat is de bijstand verantwoord te besteden, wordt de bijstand in termijnen uitbetaald. Na verantwoording van het termijnbedrag wordt het volgende termijnbedrag uitbetaald. Wanneer de KBNL een lening verstrekt aan belanghebbende dient de KBNL zelf voor uitbetaling aan de belanghebbende te zorgen. Aflossing KBNL-lening De aflossing van de KBNL-lening wordt ingehouden op de uitkering en doorbetaald aan de KBNL nadat daarover bericht is ontvangen van de KBNL. Aan de bijstand verbonden verplichtingen Aan de bijstand in de vorm van borgtocht of geldlening wordt een bestedingsverplichting verbonden en de verplichting om betalingsbewijzen te overleggen. De bewijsstukken moeten binnen 4 weken ingeleverd worden en 80% van het totaalbedrag waarvoor bijstand (ongeacht vorm) is verleend moet verantwoord kunnen worden. Wordt hier niet aan voldaan dan wordt het verschil tussen aangetoonde bestedingen (bijv 60%) en 80% verantwoordingsnorm teruggevorderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel