1. Het bestuursorgaan kan categorieën van bezwaarschriften aanwijzen waarbij het horen ambtelijk plaatsvindt.
2. Van ambtelijk horen wordt afgezien:
a. indien het een minderjarige betreft als bedoeld in artikel 12 van het IVKR, tenzij het college zich laat bijstaan door een deskundige al bedoel in artikel 1 van deze verordening;
b. als er sprake is van complexe (multi)problematiek;
c. als er sprake is van zaken van politiek-, financieel, of bestuurlijk gevoelige aard of van zaken die belangrijke maatschappelijke gevolgen kunnen hebben;
d. als er complexe rechts- of beleidsvragen voorliggen;
e. als belanghebbende gehoord wil worden door de commissie;
f. als belanghebbende niet gehoord wil worden.
3. De ambtelijk hoorder wordt door het bestuursorgaan aangewezen.
4. Het bestuursorgaan bepaalt de wijze en het tijdstip van het horen.
5. Als de bezwaarmaker of het bestuursorgaan het bezwaarschrift aan de commissie wil voorleggen, kan het bestuursorgaan besluiten dat het horen door de commissie plaatsvindt.