1.. De docent overlegt uit eigen beweging of op verzoek van andere belanghebbenden met de leerling, die in het vak dat de docent onderwijst, onvoldoende vorderingen maakt.

2.. De docent bespreekt met de leerling op welke wijze deze betere studieresultaten kan bereiken.

3.. Indien de studieresultaten daartoe voor de leerling aanleiding geven kan deze met de desbetreffende docent(en) overleggen over de wijze waarop hij betere studieresultaten kan bereiken.