**1..** Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen op een openbare plaats of op het terrein van een ander:
niet anders dan kort aangelijnd nadat het bevoegd gezag aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk vindt en daarom een aanlijngebod om het gedrag van die hond nodig is;
niet anders dan kort aangelijnd en voorzien van een muilkorf nadat het bevoegd gezag aan de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat het die hond gevaarlijk of hinderlijk vindt en daarom een aanlijn- en muilkorfgebod om het gedrag van die hond nodig is.
**2..** Onverminderd het bepaalde in artikel 8.15, eerste lid onder c, geldt voor het bepaalde in het eerste lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een optisch leesbaar, niet- verwijderbaar identificatiekenmerk in het oor of de buikwand.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 6
Artikel 8.17
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving