Bebouwing en omgeving
De kernen in de Werkingsgebied B zijn ontstaan als agrarische nederzettingen. De oude dorpsgebieden kenmerkten zich vanouds door relatief open en kleinschalige bebouwing met daarbinnen een zekere variatie. Met name in de twintigste eeuw zijn de oude dorpsgebieden sterk verdicht. Tegenwoordig zijn binnen deze gebieden sporadisch nog onbebouwde percelen in gebruik als weiland of moestuin. Op enkele plaatsen en met name langs kruisingen van belangrijke wegen komt verdichting voor. Naast wonen zijn er functies als detailhandel en ambachten. In de historische dorpslinten treffen we nog oude kloosters, kerken en boerderijen aan.
Oorspronkelijke dorpsgebieden vormen waardevolle elementen in het huidige beeld van de gemeente. Ze vormen de historische context van veel objecten van cultuurhistorische waarde, zijn belangrijke schakels binnen het wegennetwerk en ondersteunen de oriëntatie binnen de gemeente.
Langs de oudere hoofdwegen en uitvalswegen zijn vanuit de historische bebouwingskernen in de loop der tijd bebouwingslinten ontstaan. Door een langdurig proces van verdichting zijn ze langzaam aaneengegroeid. Ook ontstond langs secundaire landwegen op strategische plekken bebouwing.
Vaak is in de historische dorpsgebieden de oorspronkelijke samenhang in het wegennet nog herkenbaar. Aan het beeld van deze routes is de ontstaansgeschiedenis van de gemeente binnen de oorspronkelijke landschappelijke omgeving af te lezen. Typerend is de gevarieerdheid van deze linten: er komt bebouwing uit veel verschillende perioden voor, van eeuwenoud tot zeer recent.
Bebouwing op zich
De bebouwing in de historische dorpsgebieden is zeer divers van vorm en karakter. De gebouwen zijn individueel ontworpen en dateren uit verschillende tijdsperioden. De bebouwing bestaat overwegend uit één of twee lagen met kap. In de bebouwingslinten bevinden zich enkele grootschalige gebouwen met een monumentaal karakter (kerken, kloosters).
Materiaal, detaillering en kleur
De gevels zijn in de meeste gevallen opgetrokken uit baksteen, soms gestuukt, het dak is overwegend bedekt met pannen. De detaillering van de bebouwing is afhankelijk van de ontstaansperiode.
Men treft diverse ornamenten, detailleringen in het metselwerk (onder andere strek- en rollagen) en diverse gevelbeëindigingen aan. Kenmerkend is het contrast tussen de kleur van het metselwerk en die van de kozijnen.
Waardering
De historische dorpsgebieden/bebouwingslinten zijn uit cultuurhistorisch, architectonisch en stedenbouwkundig oogpunt van belang. Het totaalbeeld van de bebouwing in relatie tot de omgeving, maar ook de bebouwing op zich is historisch gezien van onschatbare waarde voor het aflezen van de ontstaansgeschiedenis van de dorpslinten. Naast het ensemblebeeld zijn ook veel individuele panden cultuurhistorisch van grote waarde en dient er derhalve ook op detailniveau zorgvuldig met nieuwe ontwikkelingen te worden omgesprongen. Weliswaar is de bebouwing vaak zeer divers van aard, maar doordat het beeld organisch is gegroeid, vallen dissonanten onmiddellijk als storend element op in het totaalgezicht.
Op sommige plekken in de historische dorpsgebieden hebben in het verleden ruimtelijke ontwikkelingen plaatsgevonden die niet aansluiten bij de historisch gegroeide karakteristiek van het dorp. Met name voor de kern Uden geldt dat het bebouwingsbeeld langs delen van de historische hoofdroute verstoord is geraakt. De keuze is dan ook gemaakt om binnen de historische dorpsgebieden/bebouwingslinten een differentiatie toe te passen. Voor delen van historische dorpsgebieden/bebouwingslinten die thans een lage ruimtelijke kwaliteit uitstralen en waarvoor het ambitieniveau gemiddeld is, gelden minder welstandscriteria. Voor delen van de historische dorpsgebieden/bebouwingslinten van de gemeente Uden die over het algemeen een hoge ruimtelijke kwaliteit uitstralen, waar relatief veel monumenten voorkomen en waar een hoog ambitieniveau wordt nagestreefd, zijn meer specifiekere welstandscriteria geformuleerd. Binnen de gemeente kan een viertal historische dorpsgebieden/bebouwingslinten onderscheiden worden:
Uden - Kerkstraat/Kapelstraat
Karakteristiek: Lintbebouwing van de kern Uden (karakteristiek bebouwingsbeeld 1850-1925) aan voormalige doorgaande straat met verharding van gebakken klinkers. Bebouwing met gemengd functioneel karakter, afwisselend kleinschalige eenlaags woonhuizen, gescheiden door tuinen en stegen, met verspringende rooilijn, merendeels zadeldaken parallel aan de straat.
De bebouwing is doorgaand, maar grotendeels vrijstaand. Het grootste deel van de bebouwing staat direct aan de straat. In bebouwingsbeeld domineren het kruisheren-klooster (1904), kruisheren-college (1920-1921) en sint-petrus (1890).
Uden - Prior van Millstraat/Volkelseweg
Karakteristiek: Lintbebouwing van de kern Uden (karakteristiek bebouwingsbeeld 1880-1940) aan voormalige doorgaande weg naar Volkel, aan de westzijde grenzend aan Marktveld. De vrijstaande bebouwing bestaat overwegend uit één of twee lagen met kap. De hoofdvorm, bouwmassa en kapvorm verschilt per pand, alsook het gebruik van ornamenten en de detaillering. Nabij de Stationsstraat bevinden zich enkele grote villa’s uit het eerste kwart van de 20ste eeuw. Naast woningen komen gebouwen voor met een utilitair karakter (voormalig garagebedrijf/fabriek).
Uden Bitswijk
Hoewel de Bitswijk in de afgelopen decennia grondig is vernieuwd en verbouwd, zijn er toch nog enkele cultuurhistorisch waardevolle objecten, structuren en gebiedjes te vinden. Van hoge cultuurhistorische waarde is de historische hoofdwegenstructuur van de straat Bitswijk en de daaraan gelegen, voor een deel behouden historische, verkavelingsstructuur. In het straatbeeld is het licht gebogen verloop van de straat Bitswijk en de regelmatig terugwijkende rooilijn bepalend voor de karakteristiek. Het oude historische verloop van de straat is nog herkenbaar. Incidenteel is bebouwing in de vorm van boerderijen aanwezig. Vaak echter is deze bebouwing in de loop van de decennia verbouwd, aangepast of vervangen door nieuwe bebouwing. Met name op plaatsen waar de nieuwere bebouwing grootschalig is van aard, verdwijnt het historische karakter enigszins.
Het pand Bitswijk 10 is ook in de welstandsnota aangeduid als cultuurhistorisch waardevol en beeldbepalend pand. Dit pand is ook op architectonisch (detail) niveau in zijn oude staat herkenbaar en bijzonder en heeft een hoge cultuurhistorische waarde.
Volkel - Kloosterstraat/Antoniusstraat/Rudigerstraat
De kern van het dorp wordt gevormd door een plein op de plek waar verschillende wegen samen komen. Van oudsher stond op dit kruispunt een gebouw met religieuze functie (kapel, later kerk). In de huidige situatie draagt de kerk in belangrijke mate bij aan het bebouwingsbeeld van Volkel.
Het karakteristiek bebouwingsbeeld langs de drie doorgaande wegen wordt in belangrijke mate bepaald door bebouwing uit de tijdsperiode 1850-1940. Het dorpslint heeft een kleinschalig, relatief open karakter. De bebouwing aan het Schakelplein is vanwege het afwijkende karakter buiten de begrenzing van het historisch dorpsgebied gehouden.
Odiliapeel
Karakteristiek: Odiliapeel is ontstaan als ontginningsnederzetting bij de ontginningen van de Peelsche Heide. De planmatig opgebouwde nederzetting dateert uit circa 1920. Het bebouwingsbeeld kenmerkt zich door een vrijwel doorgaande eenlaags bebouwing aan de hoofdstraat de Oudedijk, met woonhuizen, enkele winkels en bedrijfjes, en gemeenschapsbebouwing zoals R.K. kerk van de Heilige Kruisvinding (1958-1959) met pastorie en school, gemeenschapshuis met woning (1950) en dienstgebouw van de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (circa 1930).
De naoorlogse uitbreidingen, in de vorm van strokenbouw met woningwetwoningen in wederopbouwtrant zijn te vinden aan de haakse zijstraten en parallelstraten. Odiliapeel heeft de karakteristieke plattegrond van een geleide heideontginning. Daarnaast is de resterende pioniersbebouwing en zijn de laanbeplantingen bijzonder.
Hoofdstuk 11. › Paragraaf 11.1
Artikel 11.1.1
Karakteristiek historische dorpsgebieden/bebouwingslinten
Onderdeel van Welstandsnota gemeente Maashorst 2023