Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11. › Paragraaf 11.1

Artikel 3.1.2

Welstandscriteria historische dorpsgebieden/bebouwingslinten

Onderdeel van Welstandsnota gemeente Maashorst 2023

Het welstandsbeleid voor de historische dorpsgebieden/bebouwingslinten is gericht op het handhaven, herstellen en versterken van gewaardeerde of gewenste ruimtelijke karakteristieken en op de samenhang binnen het gebied. In beheersituaties gebeurt dit vooral via regels en toetsing, terwijl in ontwikkelingssituaties het accent ligt op het faciliteren en stimuleren van kwaliteit. De ruimtelijke kwaliteit binnen de historische dorpsgebieden is niet overal gelijk. In delen van deze gebieden komt een combinatie van cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden voor. In andere gedeelten is de bebouwingskarakteristiek minder waardevol, bijvoorbeeld doordat recente transformaties de stedenbouwkundige structuur hebben verstoord. Met betrekking tot de welstandscriteria voor de historische dorpsgebieden/bebouwingslinten geldt dan ook, dat een differentiatie is gemaakt naar twee ambitieniveaus: ambitieniveau A en ambitieniveau B. Het ambitieniveau zegt iets over de wijze van toepassing van de welstandscriteria. Voor gebieden met ambitieniveau A worden meer en strengere beoordelingscriteria toegepast. De welstandsbeoordeling richt zich bij ambitieniveau B primair op het handhaven of gericht veranderen en verbeteren van de basiskwaliteit van het gebied. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar de invloed op de omgeving en de architectonische uitwerking van het bouwplan. Detaillering en materialisatie worden op hoofdlijnen bekeken. Binnen de historische dorpsgebieden/bebouwingslinten bevinden zich verscheidene monumenten en cultuurhistorisch waardevolle/beeldbepalende panden. Voor monumenten en cultuurhistorisch waardevolle/beeldbepalende panden is altijd ambitieniveau A van toepassing. Ambitieniveau A Plaats/situering/karakteristiek De karakteristiek van de bebouwing dient aan te sluiten op de karakteristiek van de omliggende historische bebouwing mits deze voorhanden is. De karakteristiek van de bebouwing uit zich onder andere in de bouwmassa, de kapvorm, de mate van detaillering, het kleur- en materiaalgebruik en de variatie daartussen. De situering of wijziging van de bouwmassa en/of de oriëntatie mag het historische straatbeeld niet verstoren. Bij een aanpassing of wijziging van de bebouwing dient zorgvuldig omgegaan te worden met de historische en cultuurhistorische waarde van de bebouwing. Nieuwe, herkenbaar eigentijdse invullingen of toevoegingen dienen te passen bij het bestaande karakter en geïnspireerd te zijn op de bestaande historische bebouwing. Het wisselende bebouwingbeeld van herkenbare individuele panden is uitgangspunt. De bestaande samenhang, afwisseling en vormgeving van de kappen in de omgeving dient gehandhaafd te blijven. Massa/vorm De bestaande hoofdvorm en bouwmassa zijn leidend bij veranderingen. De bebouwingseenheden dienen individueel herkenbaar te blijven. Samenvoeging van bouwmassa’s is ongewenst. De oorspronkelijke parcellering moet herkenbaar blijven. De oorspronkelijke kapsituatie en de oorspronkelijke bouwvorm moeten leesbaar blijven bij verandering aan de bouwmassa. Traditionele kapvormen, zoals een zadeldak (eventueel met wolfseind), schilddak en mansardekap zijn uitgangspunt. Gevelopbouw Gevelreclame aan panden met een commerciële functie dient binnen de structuur en de detaillering van de gevel te passen. Bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen dienen toevoegingen per woning ondergeschikt te zijn aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel. Ingrepen op begane-grondniveau mogen de harmonie van de individuele gevel als geheel niet verstoren. De oorspronkelijke gevelopbouw en traditionele indeling van de gevels dienen gerespecteerd te worden. Kleur, materiaal en detaillering De oorspronkelijke ornamenten en detailleringen in de gevel dienen herkenbaar en zinvol te blijven. Bij verbouwing en renovatie dient zorgvuldig omgaan te worden (herstel, interpretatie of reactie) met de ornamentiek zoals: overstekken, daklijsten, siermetselwerk, lijsten en speklagen en de specifieke detaillering van gevelopeningen, balkonhekken, deurluifels en dergelijke. Het bestaande materiaal- en kleurgebruik is uitgangspunt. Afwijkingen hiervan zijn mogelijk, mits passend binnen de karakteristiek van het individuele pand en de omgeving. Veranderingen in materiaal- en kleurgebruik van de individuele bebouwing dient in relatie te staan met de gevelwand als geheel. De hoofdkleurtoon en het overwegend materiaalgebruik dienen afgestemd te zijn op de karakteristiek van het landschap, waarbij het gebruik van gedekte kleuren en natuurlijke materialen voorop staan: de daken moeten gedekt zijn met riet of gebakken donkere pannen en de gevels dienen te bestaan uit rode/bruinrode baksteen of wit pleisterwerk. Ambitieniveau B Plaats/situering/karakteristiek De karakteristiek van de bebouwing dient aan te sluiten op de karakteristiek van de omliggende historische bebouwing mits deze voorhanden is. De karakteristiek van de bebouwing uit zich onder andere in de bouwmassa, de kapvorm, de mate van detaillering, het kleur- en materiaalgebruik en de variatie daartussen. De situering of wijziging van de bouwmassa en/of de oriëntatie mag het historische straatbeeld niet verstoren. Het wisselende bebouwingbeeld van herkenbare individuele panden is uitgangspunt. Massa/vorm De bebouwingseenheden dienen individueel herkenbaar te blijven. Traditionele kapvormen, zoals een zadeldak (eventueel met wolfseind), schilddak en mansardekap zijn uitgangspunt. Gevelopbouw De oorspronkelijke gevelopbouw en traditionele indeling van de gevels dienen gerespecteerd te worden. Kleur, materiaal en detaillering Het bestaande materiaal- en kleurgebruik is uitgangspunt. Afwijkingen hiervan zijn mogelijk, mits passend binnen de karakteristiek van het individuele pand en de omgeving.

Rechtspraak bij dit artikel