Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Bomenverordening gemeente Maashorst

Beschermde houtopstand: een houtopstand die is vermeld op de ‘beschermde bomenkaart’, zoals bedoeld in artikel 12. Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een verleende omgevingsvergunning. Het college wordt als bevoegd gezag aangemerkt tenzij op basis van artikel 1.1, eerste lid In de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een ander bevoegd gezag wordt bedoeld. Bomenfonds: hierin worden financiële herplantverplichtingen, schadevergoedingen en boetes gestort. De bedragen gestort in deze reserve mogen slechts gebruikt worden ten behoeve van bomen. Boom: een deel van een houtopstand, een houtachtig overblijvend gewas, vitaal dan wel afgestorven. Met een stamdiameter van minimaal 10 centimeter, gemeten op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de stamdiameter van alle stammen gezamenlijk. Boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. De taxatie dient door een erkend taxateur uitgevoerd te worden. Boomeffectanalyse (BEA): een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand. Bebouwingscontour houtkap: de geometrische begrenzing van de bebouwde kommen waarbinnen de regelgeving van artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving niet van toepassing is. Het college: het college van burgemeester en wethouders. Dunnen: vellen als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van een houtopstand. Met uitzondering van bomen met een stamdiameter van 41 centimeter of meer, gemeten op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. Hakhout: een of meer bomen of boomvormers, die na te zijn afgezet, opnieuw op de stronk uitlopen. Herplantplicht: verplichting tot het planten van een vervangende houtopstand als onderdeel van de verleende omgevingsvergunning. Houtopstand: zelfstandige eenheid van één of meerdere bomen, boomvormers, hakhout of griend. Instandhoudingsplicht: de verplichting tot het in stand houden van bomen welke als voorwaarde voor de vergunningverlening zijn opgenomen als herplantplicht. Kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met takstompen. Knotten: het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, vormbomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud. Monumentale boom/toekomstboom: een houtopstand als bedoeld in artikel 12 van deze verordening. Vellen: vellen, doen vellen of laten vellen. Het rooien, kappen of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een houtopstand tot gevolg kunnen hebben. Waaronder onder meer valt het verplanten van een houtopstand of het snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van de eerste keer knotten of kandelaberen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel